Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera stricticaulis
Drosera stricticaulis
Een stevige, rechtopstaande knolzonnedauw met roze bloemen, die — anders dan vrijwel alle andere planten in deze reeks — niet tot West-Australië beperkt is. Drosera stricticaulis, 'met rechte stengel', groeit hoofdzakelijk in het zuidwesten, maar heeft ook uitlopers in Zuid-Australië: op het zuiden van het Eyre-schiereiland en op de top van Dutchmans Stern in de zuidelijke Flinders Ranges.


Herkenning
Een robuuste, rechtopstaande meerjarige knolplant met een groene, klierige stengel tot 25 cm hoog. Langs die stengel staan kleine, komvormige vangbladeren. De bloemen zijn roze en verschijnen van juli tot oktober. De rechte, niet klimmende groeiwijze en de roze bloemen zijn samen het beste veldkenmerk. Nauwkeurige blad- en bloemmaten zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Drosera macrantha, waarvan D. stricticaulis oorspronkelijk als variëteit werd beschreven; D. macrantha heeft een klimmende of klauterende stengel. Drosera pallida klimt eveneens en bloeit wit; D. subhirtella en D. sulphurea klimmen en bloeien geel. Een rechte, klierige stengel met roze bloemen wijst op D. stricticaulis.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval, maar dan hoog boven de grond. De bladeren langs de stengel zijn klein, schildvormig en vaak komvormig, met langere tentakels langs de rand en kortere op de schijf. Vliegende insecten — muggen, kleine vliegen, soms bijen of vlinders die op de bloemen afkomen — raken de druppels en blijven hangen. De randtentakels buigen daarna naar binnen en het schijfje sluit zich deels om de prooi, waarna de klieren enzymen afscheiden en de opgeloste voedingsstoffen opnemen. Doordat de vallen verspreid langs een rechtopstaande of klimmende stengel zitten, bestrijkt de plant een veel groter luchtruim dan een rozet aan de grond.
Standplaats en ecologie
Zandige klei en leem langs waterlopen en bij granietrotsen (R3, W7), in open bosland (B6). Het gaat om plekken waar in de winter water afstroomt of blijft staan: de voet van een granietkoepel, de oever van een seizoensbeek.
Verspreiding en hoogte
Hoofdzakelijk in het zuidwesten van West-Australië — FloraBase noemt de regio's Avon Wheatbelt, Esperance Plains, Geraldton Sandplains, Jarrah Forest en Mallee; de werklijst van deze gids noemt de Darling Range. Daarnaast komt de soort voor in Zuid-Australië, op het zuiden van het Eyre-schiereiland en op Dutchmans Stern in de zuidelijke Flinders Ranges. Omdat de soort dus niet tot Zuidwest-Australië beperkt is, staat het veld 'endemisch' hier op onwaar. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Ludwig Diels beschreef de plant in 1906 als variëteit van D. macrantha; Oswald Hewlett Sargent verhief haar in 1913 tot soort. In 1996 bracht Jan Schlauer de voormalige D. macrantha subsp. eremaea als ondersoort onder bij D. stricticaulis, maar niet alle auteurs volgen die indeling. Wie een andere flora gebruikt, kan dus een andere afbakening tegenkomen.
Waar en wanneer te zien
Juli tot oktober, als de roze bloemen open staan. Zoek aan de voet van granietrotsen en langs seizoensbeken in open bosland. De stengels vallen tussen het lage struikgewas op doordat ze recht omhoog staan en glinsteren van de klieren. In Zuid-Australië is de soort een zeldzaamheid; bezoekers van Dutchmans Stern moeten op het pad blijven.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES, en in FloraBase aangeduid als niet bedreigd. De soort heeft een groot areaal. De geïsoleerde Zuid-Australische vindplaatsen zijn klein en daardoor kwetsbaarder, maar de geraadpleegde bronnen geven daar geen aparte beoordeling van.
Wetenschappelijke naam
Drosera stricticaulis | (Diels) Sargent, 1913
De soort werd oorspronkelijk in 1906 beschreven door de Duitse botanicus Ludwig Diels als variëteit, Drosera macrantha var. stricticaulis, in Engelers reeks Das Pflanzenreich (IV.112, het Droseraceae-overzicht van Diels). In 1913 werd deze variëteit door Oswald Hewlett Sargent verheven tot een zelfstandige soort, gepubliceerd in The Journal of Botany, British and Foreign, deel 51, p. 40, als Drosera stricticaulis (Diels) O.H.Sarg. De exacte typelocatie van Diels' oorspronkelijke beschrijving (1906) kon niet met zekerheid worden achterhaald. Een als holotype geregistreerd exemplaar is afkomstig van Allen Lowrie, verzameld op 1 juli 1984, "30 km ten zuiden van Mount Magnet" langs de Great Northern Highway in West-Australië (herbarium PERTH 2344920) — mogelijk betreft dit echter later typemateriaal en niet het oorspronkelijke van Diels. De naam stricticaulis is samengesteld uit het Latijnse strictus ("strak, recht, stijf") en caulis ("stengel"), en betekent dus "met rechte/stijve stengels". Het is een beschrijvende naam die verwijst naar de opvallend rechte, stijve stengels van deze soort.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.