Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora purpurascens
Heliamphora purpurascens
Ptari-tepui is een van de kleinere Venezolaanse tafelbergen, met een top die opvallend vlak is en nauwelijks beschutting biedt. Daar staat Heliamphora purpurascens, een plant die tot 2011 nog als een bergvorm van Heliamphora heterodoxa werd afgehandeld en pas in dat jaar een eigen naam kreeg. Die naam slaat op wat je als eerste ziet: bekers die in de volle zon dieppaars aanlopen.

Herkenning
Een rozet van rechtopstaande bekerbladen tot ongeveer 25 cm hoog. Elke beker is één blad dat tot een trechter is dichtgegroeid, met een naad aan de voorkant; de wand voelt stug en bijna houtig aan, harder dan bij de meeste soortgenoten. Halverwege de beker zit een afwateringsgaatje dat het waterpeil in de val regelt — regen die daarboven komt loopt er eenvoudig uit. Het opvallendste kenmerk staat bovenop de achterrand: het nectarlepeltje is hier helmvormig, met een brede driehoekige voet, en het is in verhouding tot de beker groter dan bij vrijwel elke andere soort van het geslacht. Bovendien is het scherp naar voren omgebogen, zodat het als een kapje boven de opening hangt. De kleur van de bekers loopt van groen bij planten in de luwte tot dieppaars tot paarsrood bij planten in het open veld. De bloeiwijze is, zoals bij het hele geslacht, een knikkende tros op een lange steel; maten van steel en bloemdelen zijn voor deze soort niet in toegankelijke literatuur vastgelegd.
Gelijkende soorten
De soort waar deze het langst mee samenviel is Heliamphora heterodoxa van de Gran Sabana, en dat blijft de belangrijkste verwarring. Het verschil zit vooral in het nectarlepeltje: bij heterodoxa is dat kleiner en niet zo uitgesproken helmvormig, bij purpurascens groot, breed aangezet en naar voren geklapt. Verder is de bekerwand hier stugger en verkleurt hij sterker paars. Op Ptari-tepui zelf hoef je alleen met Heliamphora collina rekening te houden, en die staat er honderden meters lager, op de zuidwestelijke voethellingen rond 1700 tot 1825 m, niet op het plateau. Hoogte is bij deze twee dus een bruikbaar determinatiekenmerk. Met Sarracenia is verwarring geografisch uitgesloten, en bouwkundig ook: Heliamphora heeft geen brede kap maar dat ene lepeltje.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval die insecten vangt, maar het afbreken grotendeels uitbesteedt. De plant maakt zelf nauwelijks tot geen verteringsenzymen; bacteriën in de bekervloeistof doen het werk, waarna de plant de vrijgekomen stikstof en fosfor opneemt. Het grote nectarlepeltje is het lokorgaan: daar wordt nectar afgescheiden, en een insect dat erop afkomt staat precies boven de opening. De bovenste zone van de binnenwand draagt naar beneden gerichte haren die elke poging om terug omhoog te lopen doen mislukken; daaronder is de wand glad. Het afwateringsgaatje halverwege houdt de vloeistofkolom op peil, zodat de val bij aanhoudende regen niet overloopt en de vangst wegspoelt.
Standplaats en ecologie
Het topplateau van de tafelberg (R4), en dat is hier een bijzonder kaal decor: de top van Ptari-tepui is vlak en open, er staat vrijwel niets dat wind of regen tegenhoudt, en wolken dekken het terrein een groot deel van de dag af. De plant staat in doorweekte veenplekjes waar zich veenmos en een dunne laag zure turf hebben verzameld (W1); veel dikker dan een handbreed wordt die laag niet. Kenmerkend is het patroon: in de natste delen staat het water aan de oppervlakte, en daarboven steken lage bulten met gemengde tepui-flora uit als eilandjes. Op en tussen die bulten groeit de soort. Het substraat is extreem arm aan stikstof en fosfor en regen spoelt het weinige dat er is voortdurend weg. Onder die omstandigheden is een val die insecten in voedingsstoffen omzet geen extraatje maar de voorwaarde om hier te kunnen staan.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op het topplateau van Ptari-tepui in de deelstaat Bolívar, Venezuela, en daarbuiten van nergens bekend. De bekende groeiplaatsen liggen tussen ongeveer 2400 en 2500 m. Wereldwijde checklists geven voor deze soort alleen Venezuela als verspreidingsgebied. Het plateau zelf is klein, wat betekent dat het volledige areaal van de soort in een enkele wandeldag te overzien is. Het geslacht als geheel is beperkt tot de tafelbergen van het Guyanaschild — Venezuela, westelijk Guyana en het uiterste noorden van Brazilië — en purpurascens laat zien hoe dat werkt: elk plateau is voor een moerasplant even onbereikbaar als een eiland in zee, en op elk plateau gaat de evolutie daarom zijn eigen kant op.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of ondersoorten beschreven. Wat je in het veld wel ziet is kleurvariatie zonder taxonomische naam, en die is hier uitgesproken: planten in de volle wind en het volle licht lopen diep paars tot paarsrood aan, planten in de luwte van een bult blijven groen tot groen met paarse randen. Dat verschil is een reactie op blootstelling en niet erfelijk vastgelegd. Natuurlijke hybriden zijn van het plateau niet gemeld, wat te verwachten is: er staat op deze hoogte geen tweede soort van het geslacht om mee te kruisen. De enige andere Heliamphora van de berg groeit honderden meters lager en bloeit daarmee in een ander microklimaat.
Waar en wanneer te zien
Ptari-tepui is alleen per helikopter of via een meerdaagse tocht te bereiken en ligt in het Nationaal Park Canaima; bezoek gaat in de praktijk altijd met vergunning en met een gids. Wie boven staat, vindt de soort op de natte delen van het plateau, op en rond de lage bulten die boven het water uitsteken; ga niet dwars door de veenplekken heen, want de vegetatie daar is dun en herstelt traag. Kijk naar het licht in plaats van naar de kalender: het paars komt pas echt naar voren als de wolken kort openbreken, en dan zie je meteen het verschil tussen de planten in het open veld en die in de beschutting. Verwar de soort niet met de planten van de voethellingen; die horen bij een andere soort.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst, en er is ook geen CITES-vermelding: Heliamphora staat in geen enkele bijlage. Wat er wél over te zeggen valt: het bekende areaal beperkt zich tot het kleine topplateau van één berg, en dat maakt elke soort per definitie kwetsbaar voor wat dat ene plateau treft. Daar staat tegenover dat het leefgebied binnen Canaima ligt, een nationaal park en werelderfgoedgebied, dat het plateau niet zonder vergunning te betreden is, en dat de populaties op de natte delen behoorlijk omvangrijk zijn. Verzameling voor de handel is het risico dat voor het geslacht standaard wordt genoemd, maar planten in kweek stammen inmiddels vrijwel uitsluitend uit zaad en weefselkweek. Het ontbreken van een formele beoordeling betekent hier dus geen bekende achteruitgang, maar een leemte in de gegevens — voor een soort die pas in 2011 is beschreven is dat weinig verrassend.
Wetenschappelijke naam
Heliamphora purpurascens | Wistuba, Fleischmann, Nerz & McPherson, 2011
Beschreven door Andreas Wistuba, Andreas Fleischmann, Joachim Nerz en Stewart McPherson in 2011, in “Sarraceniaceae of South America” (Redfern Natural History Productions, Poole). Het typegebied ligt in het topgebied van Ptari-tepui in Venezuela, op 2400 tot 2500 meter hoogte. De soortnaam purpurascens is Latijn voor "paarsachtig wordend" en verwijst naar de purperen verkleuring die de bekers van deze soort kunnen aannemen.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.