Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula baezensis
Pinguicula baezensis
Sommige soorten dragen hun hele geschiedenis in hun naam. Pinguicula baezensis is genoemd naar de rivier de Báez in het uiterste oosten van Cuba, en verder dan die rivier is de soort nooit gekomen: alle bekende materiaal komt van één oeverstrook tussen Camarones en Mina Amores in de gemeente Baracoa. Het is een van de laatste Cubaanse vetbladen die Siegfried Jost Casper beschreef, op basis van levende planten die in 2002 werden verzameld en in de Botanische Tuin van Jena verder werden opgekweekt.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een vlakke rozet van gaafrandige, vlezige bladeren, bovenop dicht bezet met steelklieren die het blad een nat, glanzend voorkomen geven. Uit het midden komen dunne bloemstelen, elk met één tweelippige bloem met spoor. De plant zit laag tegen natte oeverbodem en rots en beslaat niet meer dan een handpalm. De soort is beschreven naar materiaal uit dezelfde oevers als Pinguicula bissei, en de scheiding tussen beide rust op maten en details van bloem en zaad; wie in het veld staat, moet het vooral van nauwkeurige foto's en een precieze plaatsaanduiding hebben.
Gelijkende soorten
De belangrijkste verwarring is met Pinguicula bissei, die letterlijk dezelfde rivier bewoont, en in bredere zin met de andere kleinbloemige vetbladen van Oost-Cuba. In het veld zijn ze met het blote oog niet betrouwbaar te scheiden; determinatie hoort in dit gezelschap bij een beschrijving, een loep en bij voorkeur zaadmateriaal. Wat je wél met zekerheid kunt vaststellen, is dat je met een vetblad te maken hebt: het glanzende klierdek, de gaafrandige rozetbladeren en de gespoorde tweelippige bloem laten geen twijfel over het geslacht.
De val en hoe hij werkt
Als alle vetbladen vangt deze soort met een tweeledig klierdek. Gesteelde klieren dragen een druppel kleefstof die als dauw op het blad ligt; zittende klieren, verzonken in het bladoppervlak, geven verteringsenzymen af zodra er een prooi op rust. Het opgeloste voedsel wordt daarna door dezelfde huidmondjesloze bladhuid weer opgenomen. Langs een bergrivier is de prooi vooral klein vliegend goed dat boven het water zwermt. Het is een traag proces: een middelgrote mug is in een dag of twee tot een leeg hulsje gereduceerd, dat na de eerste stortbui wegspoelt. Wat bij dit soort kleine rozetten opvalt, is hoe weinig blad er nodig is: een rozet ter grootte van een muntstuk kan in een seizoen tientallen insecten verwerken, simpelweg doordat elk blad meerdere keren achter elkaar wordt gebruikt.
Standplaats en ecologie
De standplaats is de natte oever van een bergrivier: rots- en aardwanden die door spatwater en kwel permanent vochtig blijven, in halfschaduw onder de oevervegetatie. Het geëtiketteerde materiaal komt van ongeveer honderdvijfenvijftig meter boven zeeniveau, dus uit het lage bergland achter Baracoa en niet uit de hooggelegen nevelwouden. De bodem in deze oeverstrook wordt voortdurend uitgespoeld, zodat er voor gewone kruiden weinig te halen valt en een vleesetende plant in het voordeel is — precies het patroon dat de hele Cubaanse groep kenmerkt. Belangrijk is ook wat er níét staat: op de natte, telkens uitgespoelde oeverstrook ontbreken de grote kruiden en grassen die elders alles overgroeien, en dat gebrek aan concurrentie is voor een klein vetblad even bepalend als de vochtigheid zelf.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Cuba en bekend van één riviersysteem in de provincie Guantánamo, gemeente Baracoa: de oevers van de Báez tussen Camarones en Mina Amores. Het gebied ligt in het Moa–Baracoa-massief, aan de rand van het Nationaal Park Alejandro de Humboldt, in een landschap van metaalrijke bodems, steile beekdalen en een van de hoogste neerslagcijfers van het Caribisch gebied. Er zijn geen betrouwbare meldingen van elders; het areaal is daarmee een van de kleinste in dit hele boek.
- Inheems
Vormen en variatie
Er worden geen ondersoorten of variëteiten in het wild onderscheiden, en met een areaal van enkele rivierkilometers is er ook nauwelijks ruimte voor geografische differentiatie. De openstaande vragen zijn taxonomisch: hoe scherp de grens is tussen deze soort en de andere vetbladen van hetzelfde riviersysteem, en of nadere studie van zaden en bloemmaten de huidige indeling bevestigt. Voor de gids betekent dat: behandel de naam als een werkhypothese die op nauwkeurige veldgegevens wacht, niet als een afgesloten zaak.
Waar en wanneer te zien
Er valt hier weinig te zoeken zonder gids en zonder toestemming: het gebied is afgelegen, beschermd en moeilijk begaanbaar. Wie er komt, zoekt langs het water zelf, op de permanent natte strook waar mos en levermos het hele jaar groen blijven, en niet op de drogere hellingen erboven. Ga laag bij de grond zitten en kijk tegen het licht in, zodat het klierdek oplicht. Fotografeer bloem, spoor en blad apart en noteer de exacte plek; juist bij deze groep is dat het verschil tussen een waarneming en een bruikbaar gegeven.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, is een bijzonder smal dossier: één riviersysteem, één verzamelmoment als basis voor de beschrijving, en verder vrijwel geen veldgegevens. Dat de omgeving grotendeels binnen beschermd gebied valt, is gunstig; ongunstig zijn de mijnbouw op de nikkelhoudende bodems van de regio en de kwetsbaarheid van oeverpopulaties voor extreme afvoerpieken. Het ontbreken van een internationale categorie is hier een rechtstreeks gevolg van het gebrek aan gegevens, niet van een gunstige toestand.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula baezensis | Casper, 2019
Beschreven door Siegfried Jost Casper in 2019, in Englera 35: 1–126. Het typegebied ligt in de provincie Guantánamo op Cuba, aan de oevers van de rivier de Báez, tussen Camarones en Mina Amores, op 155 meter hoogte. De soortnaam baezensis verwijst naar de rivier de Báez bij Baracoa, Cuba, waar het typemateriaal werd verzameld.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.