Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula caudata

Pinguicula caudata

Van alle namen in deze gids is dit de lastigste. Pinguicula caudata werd in 1846 door Schlechtendal beschreven, groeide daarna uit tot een verzamelnaam voor bijna alle grootbloemige Mexicaanse vetbladen, werd in 1966 door Casper als synoniem onder P. moranensis gezet, en staat tegenwoordig in de internationale soortenlijsten weer als aanvaarde soort. Wat die soort in het veld precies ís, is daarmee nog niet beantwoord — en dat eerlijk opschrijven is hier nuttiger dan een beschrijving die de zekerheid suggereert die er niet is.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Er bestaat geen moderne, algemeen aanvaarde beschrijving van deze soort in strikte zin, en om die reden zijn alle maat- en kleurvelden in de feitenkaart leeg gelaten. Wat er over de naam gezegd kan worden, is dit: het gaat om een plant uit het grootbloemige Mexicaanse complex rond Pinguicula moranensis — een vlakke rozet van brede, kleverige zomerbladeren, een compactere winterrozet in de droge tijd, en één tot enkele rechtopstaande bloemstelen met een grote, tweelippige, paarsroze bloem waarvan het spoor opvallend lang en slank is. De soortnaam, 'gestaart', verwijst naar precies dat lange spoor. Wie in Mexico een grote, paarsbloemige rozet met een lang spoor aantreft, heeft een plant uit dit complex; verder gaat de zekerheid niet.

Gelijkende soorten

De hele kwestie is er een van gelijkende soorten. Pinguicula moranensis is het grote, variabele centrum van het complex en de plant waarmee P. caudata door Casper werd samengevoegd; daarnaast horen er in de sectie Orcheosanthus soorten als P. orchidioides, P. zecheri, P. michoacana en P. oblongiloba bij, die elk op hun eigen manier in bloemvorm, spoorlengte en wintergedaante van het gemiddelde afwijken. Praktisch advies voor de veldgids-lezer: benoem de plant in dit complex op zijn vindplaats en op meetbare kenmerken — spoorlengte, vorm van de kroonslippen, aard van de winterrozet — en wees terughoudend met de naam caudata zolang de omgrenzing niet is vastgelegd.

De val en hoe hij werkt

In de vangwijze zit geen onzekerheid: alle leden van dit complex gebruiken dezelfde actieve lijmval. De zomerbladeren dragen op hun bovenzijde gesteelde klieren die een heldere, taaie druppel afscheiden, en daartussen zittende klieren die pas verteringsenzymen loslaten zodra er iets op ligt. Kleine insecten die op het glinsterende blad landen, raken vast; hun spartelen brengt meer klieren in contact en zet een langzame groeireactie in gang waarbij de bladrand zich over de prooi buigt en het vocht in een ondiepe kom vasthoudt. De winterrozet, die uit dikke, vrijwel klierloze blaadjes bestaat, vangt niet en dient uitsluitend om de droge maanden door te komen.

Standplaats en ecologie

De planten van dit complex staan in het Mexicaanse bergland op vochtige, halfbeschaduwde plekken met weinig bodem: mosbezette taluds en aardwanden langs bergwegen, druipende rotsvoeten en insnijdingen (R1), en open plekken in dennen-eikenbos en aan bosranden (B5). Kenmerkend is de combinatie van veel licht en een ondergrond die na elke regenbui doorweekt raakt maar nooit blijft plassen. De soorten van dit complex zijn juist daarom langs wegen zo veel gezien: de bermtalud is een kunstmatige variant van hun natuurlijke standplaats. Voor P. caudata in enge zin is geen eigen standplaatsbeschrijving beschikbaar.

Verspreiding en hoogte

Ook hier is voorzichtigheid geboden. De naam is in de negentiende eeuw op materiaal uit Mexico gebaseerd en werd daarna zo ruim toegepast dat verspreidingsopgaven uit die periode weinig zeggen: ze slaan in feite op het hele complex, dat van noordelijk Mexico tot in Midden-Amerika voorkomt. Onze soortenlijst geeft voor deze naam Nuevo León op, maar die opgave hebben wij in de literatuur niet kunnen bevestigen; zij is waarschijnlijk afkomstig uit kweekmateriaal dat onder deze naam circuleert. Tot er een moderne herziening ligt die de soort opnieuw omgrenst en een type aanwijst, houden wij het bij: Mexicaans bergland, precieze verspreiding onbekend.

Vormen en variatie

Er zijn geen wilde variëteiten van deze soort beschreven, en dat is logisch: zolang de soort zelf niet is omgrensd, valt er ook niets binnen haar te onderscheiden. Wel is er veel variatie in het complex waartoe de naam behoort, en dat is nu juist de kern van het probleem — het was die variatie die Hemsley in de negentiende eeuw ertoe bracht alles onder één naam te scharen, en die Casper in 1966 opnieuw deed samenvoegen. In de plantenhandel circuleren talloze klonen onder de naam caudata, vaak met een fantasienaam erbij; die horen in deze gids niet thuis, omdat het geen in het wild onderscheiden vormen zijn.

Waar en wanneer te zien

De beste bijdrage die een veldwaarnemer hier kan leveren, is niet een determinatie maar documentatie. Kom je in het Mexicaanse bergland een grootbloemig vetblad met een lang spoor tegen, fotografeer dan de bloem van voren én van opzij met de spoorlengte zichtbaar, de zomerrozet van boven, en zo mogelijk de winterrozet in de droge tijd, en noteer hoogte en standplaats nauwkeurig. Dat soort waarnemingen — met plaats, datum en meetbare kenmerken — zijn precies wat een toekomstige herziening van dit complex nodig heeft. Determineer niet op naam van een kweekkloon en laat planten staan: uit het wild verzamelde exemplaren helpen de vraag niet vooruit.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. In dit geval is dat zelfs onvermijdelijk: een taxon dat niet scherp is omgrensd, kan niet zinvol op zijn bedreigingsstatus worden getoetst, want je weet niet welke populaties je zou moeten tellen. Wat wél bekend is, geldt het complex als geheel: de grootbloemige Mexicaanse vetbladen staan vrijwel allemaal op wegtaluds en rotswanden in bergbossen die door kap, omzetting en wegwerkzaamheden achteruitgaan, en ze worden op grote schaal uit het wild verzameld voor de handel. Voor deze naam is de eerste noodzaak echter taxonomisch: eerst helderheid over wat de soort is, dan pas over hoe het met haar gaat.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula caudata | Schlechtendal, 1832

Beschreven door Diederich Franz Leonhard von Schlechtendal in 1832. De soort komt voor in Mexico. De soortnaam caudata is Latijn voor "met een staart" en verwijst naar een staartvormig aanhangsel aan de bloem.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.