Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula greenwoodii

Pinguicula greenwoodii

Een blauwbloeiend vetblad van een permanent natte rotswand in het nevelwoud van Oaxaca, in 1994 door Martin Cheek beschreven en genoemd naar Ed Greenwood, de botanicus die de vetbladen van Oaxaca jarenlang verzamelde, fotografeerde en documenteerde. De typepopulatie telde meer dan tweehonderd planten op één wand — dat is voor een Mexicaans vetblad veel, en tegelijk zegt het alles over de schaal waarop deze soorten leven.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een vlakke rozet van kleverige bladeren, zoals bij alle Mexicaanse vetbladen, met de glinsterende klierdruppels op de bovenzijde. Voor de precieze maten van rozet, blad en bloemsteel hebben wij geen toetsbare opgave uit de oorspronkelijke beschrijving kunnen krijgen; die velden zijn daarom in de feitenkaart leeg gelaten. Wel is de bloemkleur vastgelegd: de bloemen zijn in het veld blauw van aanblik en werden in de beschrijving vergeleken met RHS Purple 76B — een opvallend zuiver blauwpaars, waarin deze soort zich onderscheidt van de meeste Mexicaanse verwanten, die eerder roze tot roodpaars bloeien. Die kleur, in combinatie met de standplaats op een druipende rotswand, is in het veld het bruikbaarste kenmerk.

Gelijkende soorten

In het nevelwoud van Oaxaca groeien meerdere vetbladen door elkaar: Pinguicula moranensis in zijn vele gedaanten, P. hemiepiphytica, P. laueana met zijn rode bloem, en de kleine soorten van de sectie Heterophyllum. Het blauwpaars van P. greenwoodii is in dat gezelschap ongewoon; de meeste soorten hier zijn roze, paarsroze of wit. Wie twijfelt, let op de standplaats: deze soort is van een continu natte, verticale rotswand beschreven, en niet van een bermtalud of van bosgrond. Bij een blauwe bloem op een natte wand in het gebied rond de weg naar Zacatepec is deze soort de eerste kandidaat.

De val en hoe hij werkt

De vangwijze is de actieve lijmval van het geslacht. Gesteelde klieren op de bovenzijde van het blad dragen een heldere, taaie druppel, en zittende klieren daartussen geven pas verteringsenzymen af wanneer er een prooi op ligt; in de uren daarna buigt de bladrand zich licht over de vangst, zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan. Op een permanent natte rotswand in het nevelwoud droogt het klierdek nooit uit, wat betekent dat de val het hele jaar door werkzaam blijft. De vangst bestaat er vooral uit dansmuggen, kleine vliegjes en gevleugelde mieren, aangevuld met wat uit het kronendak naar beneden valt.

Standplaats en ecologie

Een voortdurend natte, verticale rotswand in gemengd nevelwoud op ongeveer 1550 m hoogte (R1, B1). Het is een standplaats zonder eigen bodem: de planten hangen in een dunne laag mos en algen op het gesteente, waarlangs permanent water sijpelt dat ook nog alle voedingsstoffen wegvoert. Zo'n wand is voor vrijwel alle andere planten onbewoonbaar, en dat is precies waarom een vleesetende rozet er kan domineren — op de typewand werden meer dan tweehonderd exemplaren geteld. Nevel en een gesloten bladerdak houden de luchtvochtigheid het hele jaar door hoog.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in de Mexicaanse staat Oaxaca, bekend van de streek langs de weg naar Zacatepec op ongeveer 1550 m. Oaxaca is met afstand de rijkste staat van Mexico wat vetbladen betreft, en tegelijk een van de slechtst doorzochte: veel soorten zijn van één bergrug of zelfs van één rotswand bekend, en deze hoort in die categorie. Dat betekent niet per se dat de soort overal zeldzaam is — het betekent vooral dat de verspreidingskaart de zoekinspanning weerspiegelt en niet de werkelijkheid. Nadere vondsten in de omliggende bergen van de Sierra Mixe en de Sierra Sur zijn goed denkbaar.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten in het wild beschreven, en bij een soort die vrijwel alleen van de typevindplaats bekend is, kan dat ook niet anders: om vormen te onderscheiden heb je populaties uit verschillende milieus nodig, en die zijn er niet. Wat er aan variatie is opgetekend, betreft vooral de tint van het blauwpaars, die binnen één wand al merkbaar verschilt tussen planten in de volle schaduw en planten in een lichtere spleet. Zolang er geen tweede, ver verwijderde populatie is gevonden, valt over geografische vormen niets zinnigs te zeggen. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.

Waar en wanneer te zien

Zoek naar natte, verticale rotswanden in nevelwoud rond vijftienhonderd meter en scan ze van onder tot boven — deze soort zit niet op de bosbodem maar op de wand zelf, vaak vanaf borsthoogte tot ver daarboven. De blauwpaarse bloem is het opvallendste; de rozetten zijn groen en verdwijnen tussen mos en levermossen. Ga op een dag met nevel of lichte motregen: dan is de wand nat, glinstert het klierdek en zijn de planten het best te zien. Klim niet in de wand en pak niets mee: op een enkele rotswand kan de complete bekende populatie van een soort staan, en dat geldt hier letterlijk.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, is in dit geval extreem weinig: in wezen één gedocumenteerde populatie van ruim tweehonderd planten op één rotswand, sinds 1994. Elke plaatselijke ingreep — wegverbreding, het opruimen van een afkalving, het omleiden van een bron, een aardverschuiving — kan zo'n populatie in één keer wegnemen, en het nevelwoud van Oaxaca gaat bovendien in het algemeen achteruit door kap en omzetting naar koffie en weiland. Daar komt bij dat Mexicaanse vetbladen met een blauwe bloem gewild zijn in de handel. De ontbrekende beoordeling zegt hier alleen dat niemand de som heeft gemaakt.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula greenwoodii | Cheek, 1994

Beschreven door Martin Cheek (Kew) in 1994, in Kew Bulletin 49: 813. Het typegebied ligt bij de weg naar Zacatepec, in de Mexicaanse deelstaat Oaxaca, op 1550 meter hoogte. De soortnaam greenwoodii eert de Britse botanicus Ed Greenwood, die de soort tijdens veldwerk in Oaxaca ontdekte.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.