Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula lavalvae
Pinguicula lavalvae
In het bergland ten oosten van Napels, waar de Monti Picentini de bronnen van de Sabato en de Calore herbergen, werd in 2014 een nieuw vetblad beschreven. Pinguicula lavalvae is de meest omstreden soort in deze groep: hij werd met geometrische vormanalyse van de verwanten gescheiden, en niet iedereen is overtuigd.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een rozet van geelgroene, breed elliptische tot omgekeerd eivormige bladeren die vettig aanvoelen, glinsteren van de klierdruppels en met de rand naar boven zijn omgekruld. Uit het hart komen kale bloemstelen met elk één bloem. De bloem is wit, met violetblauwe punten aan de kroonslippen en gele haren in de keel — het bouwplan van de hirtiflora-groep waartoe de soort behoort. De onderscheidende kenmerken zitten niet in de kleur maar in de precieze vorm van bloem en blad, en zijn met meetkundige methoden vastgesteld. Betrouwbare maten voor plant, kroon en spoor waren voor deze gids niet vrij raadpleegbaar.
Gelijkende soorten
Dit is de kern van het verhaal: de soort staat uiterst dicht bij Pinguicula hirtiflora, die in dezelfde Campaanse bergen groeit. De oorspronkelijke scheiding berustte op subtiele verschillen in bloem- en bladvorm, gemeten met geometrische morfometrie. Kort daarna liet moleculair onderzoek aan de Italiaanse vetbladen zien dat P. lavalvae genetisch samenvalt met de Campaanse P. hirtiflora, en dat de plant dus binnen de variatiebreedte van die soort zou kunnen vallen. In de Italiaanse flora-portalen staat het taxon daarom als onzeker aangemerkt.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval in een van de nattere hoeken van Zuid-Italië. Op het blad staan gesteelde klieren met een kleefdruppel en zittende klieren die verteringsenzymen afgeven zodra er prooi op ligt. In een bronmilieu is het aanbod ruim: muggen, dansmuggen, vliegjes en springstaarten hangen in wolken boven het water. Na een vangst rolt de bladrand zich over de prooi, zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan en niet van de natte wand af loopt. Op doorspoeld kalkgesteente is er uit het substraat vrijwel geen stikstof te halen; de vangst is de hoofdvoorziening.
Standplaats en ecologie
Permanent natte kalkstandplaatsen in het bronbekken van een Campaanse bergrivier: druipende rotswanden, kwelplekken langs beken en de natte zone rond bronnen. De plant wortelt in spleten, in mospolsters en in vers afgezette kalktuf, in schaduwrijke, koele hoeken van het dal. De Monti Picentini zijn een van de belangrijkste waterwingebieden van Zuid-Italië, en dat is voor deze standplaatsen direct relevant: elke bron die wordt gevat voor de watervoorziening, is een potentiële standplaats minder.
Verspreiding en hoogte
De Monti Picentini in Campanië, Zuid-Italië, met het beschreven voorkomen in het dal van de Sabato. Het areaal is uiterst klein en beslaat een handvol bronlocaties binnen één bergketen. Onze eigen soortenlijst geeft alleen 'Italië'; dat is voor een plant met deze verspreiding veel te grof. Of de populatie op termijn als eigen soort overeind blijft of weer bij P. hirtiflora wordt ondergebracht, verandert overigens niets aan het feit dat het om een zeer beperkt aantal natte plekken gaat.
- Inheems
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De onzekerheid zit een niveau hoger: het taxon zelf wordt in de Italiaanse flora-portalen als twijfelachtig aangemerkt, met een verwijzing naar het moleculaire onderzoek dat het binnen de variatiebreedte van P. hirtiflora plaatst. Voor de veldgidslezer verandert dat weinig — de planten staan er, op dezelfde natte wanden, en zijn hetzelfde waard of ze nu soort of vorm heten — maar wie literatuur en databanken raadpleegt, moet erop bedacht zijn dat het taxon onder beide namen kan opduiken.
Waar en wanneer te zien
Het voorjaar, wanneer de bronnen het hoogst staan en de wanden overal druipen. Volg vanaf het dal een beek stroomopwaarts naar zijn bron en zoek daar de beschaduwde, natte rotswanden. De rozetten zitten vaak boven ooghoogte, dus kijk omhoog en gebruik een verrekijker. Loop niet door de natte kwelzone aan de voet van de wand en betreed de verse tufkorst niet; die draagt geen gewicht en de plant wortelt er juist in. Een goede foto van bloem, blad en vrucht plus de vindplaats is voor dit omstreden taxon waardevoller dan een verzamelde plant.
Staat van instandhouding
Op de wereldwijde Rode Lijst is de situatie er niet een van zorg. Dat cijfer valt echter weg tegen wat er op nationaal niveau over deze planten wordt gezegd: op de Italiaanse rode lijst staat het taxon als ernstig bedreigd, op grond van het minieme areaal en het kleine aantal standplaatsen. Die tegenstelling is te verklaren doordat het wereldwijde beeld hier grotendeels dat van de veel bredere P. hirtiflora volgt. Bedreigend zijn het vatten van bronnen in een belangrijk waterwingebied, dalende afvoer bij langere droogte en betreding rond bronnen. CITES is niet van toepassing.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula lavalvae | Innangi & Izzo, 2015
Beschreven door Michele Innangi en Antonietta Izzo in 2014/2015 (online 2014, gedrukt 2015), in Plant Biosystems 149: 990–999, met behulp van geometrische morfometrie. De soort is een smalle endeem van de Sabatovallei, in het Picentini-gebergte in Campanië, Zuid-Italië. Wie precies met de soortnaam wordt geeerd, is in de beschikbare bronnen niet expliciet vermeld; de Italiaanse botanicus Vincenzo La Valva (1947–2014), die juist de flora van de Apennijnen van Campanië en het Picentini-gebergte bestudeerde, is een voor de hand liggende vermoedelijke naamgever.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.