Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula laxifolia
Pinguicula laxifolia
Een vetblad dat niet ligt maar hangt. Waar vrijwel alle soortgenoten een vlakke rozet tegen de ondergrond drukken, laat Pinguicula laxifolia zijn lange, slappe bladeren van een verticale rotswand afhangen — vandaar de naam, 'met slappe bladeren'. De soort is alleen bekend uit het nevelwoudreservaat El Cielo in Tamaulipas, waar hij op beschaduwde, natte wanden groeit.

Herkenning
De rozet bestaat uit hangende tot half opgerichte bladeren, elliptisch tot omgekeerd lancetvormig en 40 tot 68 mm lang, met de voor het geslacht kenmerkende glinsterende klierdruppels op de bovenzijde. Doordat de planten op een verticale wand zitten, hangen die bladeren naar beneden in plaats van vlak uit te liggen, wat de soort een slordige, bijna slappe aanblik geeft die haar van elke andere Mexicaanse soort onderscheidt. De bloemen zijn roze tot bleek violet met een witte keel en donkerder violette tekening; de bloei valt in februari en maart, aan het eind van de droge tijd. Waar precies de winterrozet in het jaarritme past, is bij deze soort minder goed gedocumenteerd dan bij haar verwanten.
Gelijkende soorten
De hangende bladstand maakt verwarring in het veld onwaarschijnlijk. In hetzelfde nevelwoud van El Cielo groeien andere vetbladen met de gebruikelijke vlakke rozet; die liggen tegen de wand of de bodem aan en hebben kortere, stevigere bladeren. Op bloemkenmerken alleen is het lastiger: roze tot bleekviolette bloemen met een witte keel komen bij meer soorten uit de Sierra Madre Oriental voor. Kijk daarom eerst naar de stand van het blad en pas daarna naar de bloem. Bij twijfel is het verspreidingsgebied doorslaggevend, want deze soort is van geen andere streek bekend.
De val en hoe hij werkt
De hangende bladeren werken als een lijmval die verticaal wordt opgehangen — een ongewone opstelling voor een vetblad. Op het bovenvlak staan gesteelde klieren met een heldere kleefdruppel, met daartussen zittende klieren die verteringsenzymen afgeven zodra een prooi op het blad ligt; de bladrand rolt zich daarna licht op om het vocht vast te houden. Dat de bladeren hangen, heeft een praktisch gevolg: regen- en sijpelwater loopt er meteen af in plaats van de vangst weg te spoelen, wat op een permanent natte wand een voordeel is. De vangst bestaat uit de kleine vliegende insecten van het nevelwoud, aangevuld met wat van de bovenliggende wand naar beneden valt.
Standplaats en ecologie
Beschaduwde, verticale rotswanden in nevelwoud, tussen ongeveer 1920 en 2070 m hoogte. Het is een standplaats zonder bodem: de planten wortelen in een dunne laag mos en verweringsmateriaal op het gesteente, waarlangs water sijpelt (R1), onder een gesloten kronendak dat de luchtvochtigheid het hele jaar hoog houdt (B1). De verticale stand is voor deze soort geen toevalligheid maar de kern van haar levenswijze: hangende bladeren zijn alleen mogelijk op een wand, en op een horizontale bodem zou de plant zichzelf bedekken. Dat maakt haar volledig afhankelijk van het voorkomen van geschikte wanden in het reservaat.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Mexicaanse staat Tamaulipas, in het biosfeerreservaat El Cielo — het noordelijkste nevelwoud van het Amerikaanse continent en een botanisch eiland van formaat. Dat komt overeen met de opgave in onze soortenlijst. Het bekende areaal is zeer beperkt: de soort wordt als uiterst plaatselijk beschreven en is van geen enkele andere streek gemeld. Aangezien El Cielo zelf een omvangrijk en deels ontoegankelijk reservaat is, zijn meer wanden met populaties niet uitgesloten, maar buiten het reservaat lijkt geschikt habitat te ontbreken.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten in het wild beschreven. De soort is bekend van een klein aantal wanden binnen één reservaat en binnen een hoogtegordel van nauwelijks honderdvijftig meter, en dat biedt geen milieuverschil van betekenis waaraan vormen zich zouden kunnen hechten. De waargenomen variatie betreft de lengte van de bladeren, die tussen ruwweg vier en zeven centimeter wisselt, en de tint van de bloem, die van roze naar bleek violet loopt. Beide hangen vermoedelijk samen met lichtinval en vochtigheid van de betreffende wand. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Ga in februari of maart, wanneer de soort bloeit en de paden in El Cielo begaanbaar zijn. Zoek langs natte, beschaduwde wanden en overhangen in het nevelwoud rond de tweeduizend meter, en kijk omhoog: deze soort hangt aan de wand, vaak boven ooghoogte, en wie naar de grond kijkt loopt eronderdoor. De hangende bladeren zijn van een afstand te herkennen als slierten groen tegen donker nat gesteente; de bloem bevestigt de determinatie. Blijf op de paden, laat de wanden met rust en verzamel niets — in een reservaat met zo'n klein bekend areaal telt elke plant.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, schetst een uiterst smal profiel: een soort met een zeer beperkt areaal binnen één reservaat, gebonden aan natte rotswanden in een hoogtegordel van nog geen tweehonderd meter. Dat zij binnen het biosfeerreservaat El Cielo ligt, is gunstig — het bos wordt er beheerd en de druk van kap en omzetting is er lager dan daarbuiten. Ongunstig zijn het toerisme dat op precies de wanden en watervallen afkomt, het verzamelen van planten uit het wild, en op langere termijn het uitdrogen van de nevelzone bij klimaatverandering, waarvoor een noordelijk nevelwoudeiland als El Cielo bij uitstek gevoelig is.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula laxifolia | Luhrs, 1996
Beschreven door Holger Lührs in 1995, in Phytologia 79(2): 114–122. De soort is alleen bekend van haar afgelegen vindplaats in het wolkenwoud-reservaat "El Cielo" in de Mexicaanse staat Tamaulipas, op goed beschaduwde, verticale rotswanden op 1900 tot 2070 meter hoogte. De naam "laxifolia" is Latijn voor "met losse/slappe bladeren" (laxus, los + folium, blad) en verwijst naar de ongewoon hangende bladeren van deze soort — opvallend binnen een geslacht dat overwegend stijve of vlezige bladeren heeft.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.