Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula sehuensis
Pinguicula sehuensis
Sardinië heeft één eigen vetblad, en het is pas sinds 2014 bekend. Pinguicula sehuensis werd gevonden bij Seui in de Ogliastra, in het bergland van het oostelijke binnenland, en hij is bovendien de enige diploïde soort in de hele Italiaanse groep — met zestien chromosomen het genetische basismodel waarvan de andere soorten veelvouden zijn.

Herkenning
Een rozet van geelgroene bladeren met een glinsterend klierdek dat vettig aanvoelt en met een naar boven omgekrulde rand; op een steile wand staan de bladeren schuin omhoog. Uit het hart komen kale bloemstelen met elk één tweelippige bloem, blauw tot violet of lichtblauw, met een tweelobbige bovenlip, een drielobbige onderlip en een spoor. Betrouwbare maten voor plant, kroon en spoor konden voor deze gids niet in een toetsbare bron worden gevonden en zijn daarom niet opgegeven. Het chromosomenaantal van zestien is voor het geslacht opmerkelijk laag.
Gelijkende soorten
Op Sardinië zelf is er geen tweede vetblad, dus in het veld is verwarring uitgesloten. De vergelijking die telt is die met de Corsicaanse Pinguicula corsica op het buureiland en met de vastelandssoorten P. vulgaris en P. leptoceras; die zijn alle polyploïd, terwijl deze soort diploïd is. Dat verschil is niet met het blote oog te zien maar wel de reden waarom de soort als apart taxon is beschreven, en het maakt de plant interessant als vermoedelijke ouder in het ontstaan van de andere mediterrane vetbladen.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval die op een eiland met lange, hete zomers alleen werkt zolang er water is. Het blad draagt gesteelde klieren met een kleefdruppel en zittende klieren die verteringsenzymen afgeven zodra er prooi op ligt. Muggen, vliegjes en springstaarten uit de vochtige lucht langs de natte rotswand vormen de vangst. Na een vangst rolt de bladrand zich er langzaam overheen zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan. De plant heeft daar alles aan: op kaal, doorspoeld kalkgesteente levert de ondergrond geen bruikbare stikstof.
Standplaats en ecologie
Natte kalkrotsen in het bergland van het oostelijke binnenland van Sardinië: druipende wanden, bronmonden en spleten waar water permanent doorheen sijpelt, in beschaduwde, koele delen van het landschap. In een mediterraan eilandklimaat met lange droge zomers zijn zulke plekken schaars en klein. De omringende macchia en eikenbossen zijn droog van juni tot in de herfst, en alleen waar kalkgesteente het winterwater opneemt en gedoseerd weer afgeeft, kan een plant als deze het jaar rond blijven staan.
Verspreiding en hoogte
Sardinië, in het bergland rond Seui in de provincie Ogliastra, waar de soort is ontdekt; het areaal is klein en beperkt zich tot dat berggebied. Onze eigen soortenlijst geeft voor dit taxon 'Italië'; dat is administratief juist maar geografisch misleidend, want het gaat niet om het schiereiland maar om een eilandendemeet, en de dichtstbijzijnde verwant op Corsica behoort tot een andere soort. Sardinië en Corsica hebben beide een eigen vetblad, en die twee zijn niet elkaars naaste verwanten.
- Inheems
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. Wat de soort bijzonder maakt is het ploïdieniveau: met zestien chromosomen is dit de enige diploïde vertegenwoordiger in de Italiaanse groep, waarin verder aantallen van tweeëndertig, achtenveertig, vierenzestig en zelfs honderdachtentwintig voorkomen. Zulke verdubbelingen zijn een bekende motor achter soortvorming in dit geslacht, en een diploïde eilandpopulatie is dan al snel interessant als mogelijke oorsprong. Binnen de soort volgt de variatie in grootte en bloemrijkdom de natheid van de standplaats.
Waar en wanneer te zien
Het voorjaar, wanneer het winterwater nog door de kalk trekt en de wanden druipen; in de zomer is het binnenland van Sardinië te droog en is de plant teruggetrokken. Zoek in de beschaduwde kalkkloven en bij de bronnen van het bergland, en volg het water naar boven. Kijk omhoog naar de natte wanden en gebruik een verrekijker in plaats van te klimmen. Dit is een kleine populatie op een eiland: raak niets aan, graaf niets uit en leg de vindplaats vast met een foto en een coördinaat op gemeenteniveau.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde Rode Lijst; er is dus geen internationale categorie, en CITES is niet van toepassing. In de Italiaanse beoordelingen wordt ze als kwetsbaar aangemerkt, en dat past bij het beeld: een eilandendemeet met een klein areaal in één berggebied, gebonden aan natte kalkstandplaatsen die in een mediterraan klimaat sowieso schaars zijn. De risico's zijn drogere zomers en het teruglopen van de bronafvoer, waterwinning, en betreding of beschadiging van de zachte natte wandgedeelten. Verzamelen is bij een diploïde, wetenschappelijk interessante soort een extra risico.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula sehuensis | Bacchetta, Cannas & Peruzzi, 2014
Beschreven door Gianluigi Bacchetta, Marcello Cannas en Lorenzo Peruzzi in 2014/2015, in het artikel "A new diploid butterwort species (Pinguicula, Lentibulariaceae) from Sardinia", Phytotaxa 186(5): 279–286. De soort is endemisch voor het Montarbu-gebergte, bij de gemeente Seui, in de regio Ogliastra op Sardinië (Italië), waar hij in kalkrotsspleten groeit op 1035 tot 1185 meter hoogte. De naam "sehuensis" komt van "Sehu", de Sardische naam voor de gemeente Seui, waar de soort werd ontdekt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.