Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Fazant
Fazant
Phasianus colchicus | Ring-necked pheasant | Faisán vulgar
De fazant is de meest zichtbare exoot van het boerenland: een langstaartige hoenderachtige die met veel kabaal uit een slootkant opvliegt. Al eeuwen geleden vanuit Azië ingevoerd en sindsdien overal uitgezet.
Geluid
De haan kraait een explosief, hees en tweeledig kork-kok, direct gevolgd door een roffelend geklapper met de vleugels. Bij opvliegen klinkt een hard, ratelend ketuk-ketuk-ketuk van schrik. Kraaien is het hele jaar te horen, maar het meest bij dageraad en schemering van maart tot juni.
Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
De haan is onmiskenbaar: koperbruin met zwarte schubtekening, een glanzend groene kop met rode wangvlekken en kleine oorpluimen, meestal een witte halsring, en een zeer lange, dwarsgebande staart. De hen is zandbruin met donkere vlekken en heeft een kortere maar eveneens spitse staart. Vliegt met een korte serie snelle slagen en dan lange glijvluchten, laag over het land.
Verwarringssoorten
Verwarring is zeldzaam, maar hennen worden bij een korte blik voor korhoenders of grote hoenderachtigen aangezien; de lange, spits toelopende staart beslist. In parken en op landgoederen ontsnappen goudfazant, lady-amherstfazant en koningsfazant, die alle veel bonter zijn of een nog langere staart hebben. Donkere hanen zonder witte halsring blijven gewoon fazanten.
Leefgebied
Kleinschalig cultuurland met houtwallen, ruigten, rietkragen en bosranden, en verder duinstruweel, griendjes en de rommelige randen van polders. Slaapt in struiken of lage bomen en zoekt overdag zaden, bessen en insecten op de grond. Mijdt open, kaal akkerland zonder dekking.
Verspreiding en trek
Oorspronkelijk uit Azië, van de Kaukasus tot China, en al in de Romeinse tijd en de middeleeuwen in Europa ingevoerd. Nu vrijwel overal in Europa te vinden, in veel landen in stand gehouden door uitzet voor de jacht. In Nederland algemeen in polders, duinen en rivierdalen; in Spanje veel lokaler, vooral in landbouwgebieden van het noorden en in jachtterreinen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in maart en april in het eerste uur na zonsopkomst langs houtwallen en rietkragen, wanneer hanen vanaf verhoogde plekken kraaien en klapperen. Rijd of fiets in de late namiddag over polderweggetjes, wanneer de vogels de bermen op komen om te scharrelen en een stofbad te nemen.
Staat van instandhouding
In Nederland en veel andere landen is de stand sterk afhankelijk van uitzet; werkelijk wilde populaties lopen terug. Schaalvergroting, het verdwijnen van houtwallen en ruige perceelranden, vroeg en frequent maaien en predatie kosten legsels en kuikens. Waar akkerranden en overhoeken blijven liggen, houdt de soort zich zonder bijplaatsing prima staande.