Alle soorten › Zangvogels › Klauwieren › Grauwe Klauwier
Grauwe Klauwier
Lanius collurio | Red-backed Shrike | Alcaudón dorsirrojo
De grauwe klauwier is een kleine zangvogel met de gewoonten van een roofvogel: hij jaagt vanaf een uitkijkpost op grote insecten, hagedissen en muizen, en spiest zijn prooi op doorns en prikkeldraad. Zijn aanwezigheid is een van de betrouwbaarste graadmeters voor een insectenrijk landschap.
Geluid
De zang is zacht en babbelend, met veel goede imitaties van andere soorten — meestal alleen van dichtbij te horen. De alarmroep is opvallender: een hard, hakkend tsjek-tsjek.
Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Mannetje: blauwgrijze kop met een breed zwart oogmasker, kastanjebruine mantel en vleugels, roomwitte tot rozeachtige onderdelen en een zwart-witte staart. Vrouwtje en juveniel: warmbruin, met fijne, halvemaanvormige schubtekening op borst en flanken en een bruin masker. Alle kleden hebben een krachtige, licht gehaakte snavel.
Verwarringssoorten
Vrouwtjes en jonge vogels kunnen aan roodkopklauwier of, bij zeldzame gasten, aan tijgerklauwier doen denken. Let op de staartkleur en de mate van schubtekening. Klapekster is veel groter, langer gestaart en overwintert hier juist.
Leefgebied
Kleinschalig, insectenrijk landschap met doornstruwelen: meidoorn- en braamstruwelen op heide, natuurlijke overgangen tussen bos en open terrein, extensief beheerde weiden en heggenlandschap. Cruciaal is de combinatie van jachtposten, kale grond en grote insecten.
Verspreiding en trek
Broedt van Spanje tot Rusland; overwintert in zuidelijk Afrika, met een oostelijke trekroute. In Nederland liggen de bolwerken in Drenthe (Bargerveen, Dwingelderveld), Noord-Brabant, Limburg en op de Waddeneilanden.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Half mei tot eind juli, midden op de dag als het warm is en insecten actief zijn — anders dan bij zangvogels loont vroeg opstaan hier juist minder. Scan de toppen van struiken en prikkeldraad; wie een spiesplaats met kevers of hagedissen vindt, zit vrijwel altijd in een bezet territorium.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Nederland lange tijd sterk afgenomen en nog altijd een Rode Lijst-soort. In Drenthe is de stand hersteld dankzij herstelbeheer van heide met struweel en insectenrijke, schrale randen.