Alle soorten › Zangvogels › Wielewalen › Wielewaal
Wielewaal
Oriolus oriolus | Eurasian Golden Oriole | Oropéndola europea
De wielewaal is de meest tropisch ogende zangvogel van Europa en tegelijk een van de moeilijkst te zien soorten. Hij leeft hoog in het bladerdak van oude loofbossen en verraadt zich vrijwel altijd eerst met zijn fluitende roep.
Geluid
De zang is een luid, vloeiend, bijna menselijk fluitsignaal, klassiek weergegeven als dudeljo of wielewaal, hoorbaar van begin mei tot half juli en het sterkst in de vroege ochtend. De alarmroep is heel anders: een schor, katachtig krijsend krèèèh, dat vaak de eerste aanwijzing is.
Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Het mannetje is helder goudgeel met zwarte vleugels en zwarte staart met gele hoeken, en heeft een roodbruine snavel en een zwarte teugel. Het vrouwtje is groengeel boven, vuilwit en fijn gestreept onder, met dof gele staarthoeken. Juvenielen lijken op het vrouwtje maar zijn doffer en zwaarder gestreept; jonge mannetjes worden pas in hun tweede zomer geel.
Verwarringssoorten
Vrouwtjes en jonge vogels worden verrassend vaak voor groene spechten aangezien, maar die hebben een golvende vlucht, een rode kruin en een lichte stuit. De vlucht van de wielewaal is snel en licht golvend als van een grote lijster. Ontsnappende gekooide exoten daargelaten is er geen echte verwarringssoort.
Leefgebied
Oude, hoogopgaande loofbossen met een gesloten kronendak: populierenbossen, eikenbossen, oude landgoedparken, essenrijke beekdalen en griendcomplexen. In het zuiden van Europa ook in ooibossen langs rivieren en zelfs in grote fruitboomgaarden en olijfgaarden met hoge bomen langs waterlopen.
Verspreiding en trek
Broedt in vrijwel heel continentaal Europa tot in Zuid-Scandinavië; overwintert in tropisch en zuidelijk Afrika. In Nederland vooral op de Veluwe, in het rivierengebied en in oude populierenbossen in Flevoland en Noord-Brabant. In Spanje wijdverbreid in ooibossen en dehesa's, maar zeldzaam in de droogste steppegebieden.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in de tweede helft van mei of begin juni bij zonsopgang naar oud populieren- of eikenbos en luister eerst. Blijf op afstand staan en scan de bovenste takken: mannetjes verplaatsen zich vaak in één rechte, snelle vlucht van boomkruin naar boomkruin, en dan zie je het goud oplichten.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Nederland is de soort sterk afgenomen sinds de jaren tachtig, vermoedelijk door het kappen van oude populierenbossen, verdroging en problemen op de trekroute. In Zuid-Europa lijkt de stand stabieler.