Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Houtduif
Houtduif
Columba palumbus | Common Wood Pigeon | Paloma torcaz
De houtduif is de grootste duif van Europa en, met zijn klapperende opvliegen en slaperige gekoer, het geluidsbehang van elk park. Wie hem goed kent, herkent alle andere duiven sneller.
Geluid
Vijf lettergrepen met de klemtoon op de tweede: doe-doeoe-doe, doe-doe, eindeloos herhaald en dan abrupt afgebroken met een korte extra noot. Het klinkt slaperig en verdovend. Te horen van februari tot in september. Bij opvliegen klapt hij luid met de vleugels, wat als alarm voor andere vogels werkt.
Opname: Benoît Van Hecke — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Zware duif met een kleine kop op een dik lichaam. De volwassen vogel heeft een witte halsvlek naast een groenpaars glanzende zijhals, een roze borst, een lichtgeel oog en een geel met roze snavel met witte was. In vlucht loopt een brede witte band dwars over elke vleugel. Juvenielen missen de witte halsvlek en hebben doffe, donkere ogen.
Verwarringssoorten
Holenduif is kleiner en grijzer, zonder wit op hals of vleugel, met donkere ogen en korte zwarte vleugelstrepen. Stadsduiven variëren eindeloos maar hebben altijd een witte stuit en twee zwarte vleugelbanden. Turkse tortel is bleker en langstaartiger, met een zwarte halsstreep in plaats van een witte vlek.
Leefgebied
Bossen, houtwallen, parken, lanen, tuinen en boomrijke dorpskernen; foerageert vooral in het open veld op akkers, grasland en koolgewassen. Slaapt en broedt in bomen, ook in dichte klimop en coniferen midden in de stad, waar de dichtheden inmiddels hoog zijn.
Verspreiding en trek
Heel Europa tot West-Siberië en in Noordwest-Afrika. Nederlandse vogels zijn grotendeels standvogel, maar in oktober en november trekken enorme aantallen noordelijke vogels langs de kust en over de Pyreneeën. In Spanje talrijk in eikenbossen en dehesas, waar hij overwintert op eikels.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Voor de trek: eind oktober en begin november, de eerste twee uur na zonsopgang, op een telpost aan de kust of op een heuvelrug. Voor de baltsvlucht: maart en april, wanneer mannetjes steil opklimmen, boven met de vleugels klappen en dan op stijve vleugels in een lange boog afglijden.
Staat van instandhouding
Talrijk en toegenomen, vooral in steden en dorpen, waar de overleving in de winter beter is dan op het platteland. Landbouwkundig geldt hij als schadesoort op koolgewassen en jong graan. Ziekten zoals trichomoniasis veroorzaken lokaal sterfte, maar het populatiebeeld blijft gunstig.