Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Turkse tortel
Turkse tortel
Streptopelia decaocto | Eurasian collared-dove | Tórtola turca
Nog geen eeuw geleden een exoot uit de Balkan, nu een vanzelfsprekende buur in elk dorp. De Turkse tortel zit graag hoog en zichtbaar op een antenne of draad en verraadt zich vooral door zijn eentonige, driedelige roep.
Geluid
Een eentonig driedelig doe-DOEoe-doe, met de klemtoon op de gerekte middelste lettergreep, in reeksen van vijf tot tien keer herhaald vanaf een dak, antenne of kale tak. Vooral van februari tot september en hoofdzakelijk overdag, al roepen stadsvogels bij straatverlichting soms tot diep in de nacht door. Bij de landing klinkt een nasaal, hees hraaij.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Bleek zandkleurig grijsbruin, met een smalle zwarte halsband met witte rand op de zijhals van volwassen vogels. De staart is lang en aan de onderzijde scherp getekend: zwarte basis, breed wit uiteinde. In vlucht vallen de donkere handpennen en de witte staarthoeken op; het oog is roodbruin, de poten zijn roze. Jonge vogels missen de halsband.
Verwarringssoorten
De zomertortel is de echte verwarring: die heeft roodbruin geschubde bovendelen, een zwart-wit gestreepte halsvlek en een veel donkerder, kleiner silhouet. Beslissend is de staart van onderen. Bij de Turkse tortel zwart met een breed wit eind over de hele breedte, bij de zomertortel een smalle witte rand rond een donkere staart.
Leefgebied
Sterk gebonden aan mensen: dorpskernen, buitenwijken met coniferen, boerenerven, kinderboerderijen, graansilo's en havens. Broedt op een slordig takkenplatform in een naaldboom, in klimop of onder een dakrand, vaak vlak bij een vaste voedselbron. Buiten het broedseizoen verzamelen kleine groepen bij morsgraan rond stallen en pluimveebedrijven.
Verspreiding en trek
Vanuit de Balkan spreidde de soort zich in de twintigste eeuw explosief uit; Nederland werd in 1947 bereikt en was binnen twintig jaar volledig bezet. Nu broedvogel tot in Scandinavië en IJsland. In Spanje kwam de kolonisatie later op gang, vanaf de jaren tachtig, en inmiddels broedt hij in vrijwel elke stad en elk dorp van het schiereiland.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Elke maand is goed, maar in maart en april roepen de mannetjes het meest; ga vroeg in de ochtend een dorpsrand of kerkhof met coniferen af. Let op de baltsvlucht: steil klapwiekend omhoog en dan met gespreide staart in een boog omlaag zweven. Rond graanopslag zitten in de winter de grootste groepen.
Staat van instandhouding
Na de spectaculaire opmars is de stand in Noordwest-Europa gestabiliseerd en in Nederland de laatste decennia zelfs geleidelijk afgenomen. Het schonere boerenerf, minder morsgraan, het verdwijnen van kleinschalige pluimveehouderij en predatie door havik en huiskat spelen mee. Wereldwijd is de soort talrijk en breidt hij zich nog altijd uit.
Andere soorten in deze familie
Rotsduif · Holenduif · Houtduif · Zomertortel