Alle soortenUilenKerkuilen › Kerkuil

Kerkuil

Tyto alba | Western Barn Owl | Lechuza común

Een spookwitte uil die geruisloos over bermen en ruige weiden zweeft en meer op gehoor dan op zicht jaagt. Het hartvormige gezicht werkt als een parabool die het geritsel van een muis tot op de centimeter lokaliseert.

Kerkuil (Tyto alba)
Foto: Alun Williams333 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept niet 'oehoe' maar schreeuwt: een lang, schor, huiveringwekkend chrrrieeesj, vaak in de vlucht en van ver hoorbaar. Daarnaast gesnurk en gesis van jongen op het nest. Het meest te horen van februari tot april en opnieuw in de nazomer, altijd na donker.

Luister: Schreeuw in de vluchtXC433736

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Slank, langbenig en opvallend bleek: onderdelen wit tot roomkleurig, bovendelen goudbruin met fijne grijze marmering en witte spikkels. Het witte hartvormige gezicht met kleine zwarte ogen is uniek. In de vlucht lijkt de kop klein en zijn de vleugels breed en rond; de vlucht is licht, fladderend en wiegend, met dwarrelende bochten.

Verwarrings­soorten

In een koplamp lijkt hij op een grote witte vlinder — geen andere Europese uil is zo bleek. Ransuil en velduil zijn bruiner en gestreept, met gele ogen en een ronder gezicht; de velduil jaagt overdag laag over ruige terreinen en toont zwarte polsvlekken en scherpere vleugels.

Leefgebied

Kleinschalig boerenland met ruige bermen, slootkanten en overhoekjes vol veldmuizen, rond boerderijen, schuren en kerken. Broedt in donkere, rustige ruimtes: hooizolders, kerktorens, duiventillen en vooral speciaal opgehangen nestkasten in schuren.

Verspreiding en trek

Bijna heel West- en Zuid-Europa, noordwaarts tot ongeveer de zuidgrens van Scandinavië; strenge winters met sneeuwdek zetten de noordelijke populaties zwaar terug. In Nederland verspreid over het hele land dankzij een omvangrijk nestkastennetwerk. In Spanje wijdverbreid in cortijos, ruïnes en olijfgaarden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Van maart tot mei in het laatste half uur van de schemering en het eerste uur na zonsopgang, langs een rustige plattelandsweg met brede bermen. Rijd stapvoets of ga stil staan bij een bekende schuur; het schreeuwen in het donker verraadt de vogel het snelst.

Staat van instandhouding

Sterk schommelend met de muizenstand en gevoelig voor strenge winters; op lange termijn geholpen door nestkasten, maar bedreigd door schaalvergroting in de landbouw. Rodenticiden vormen een sluipend gif, en het verkeer eist langs snelwegen en spoorlijnen jaarlijks een zware tol onder laagvliegende vogels.