Alle soortenSteltloperachtigenScholeksters › Scholekster

Scholekster

Haematopus ostralegus | Eurasian Oystercatcher | Ostrero euroasiático

De scholekster is de luidruchtigste steltloper van de kust en tegelijk een verrassend succesvolle broedvogel op grasland, akker en zelfs platte daken. Zijn stevige oranjerode snavel is per individu afgesteld op mossels of op wormen.

Scholekster (Haematopus ostralegus)
Foto: Richard Bartz — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, ver dragend tepiet en bij opwinding een versnellende, trillende reeks: de roeptriller, waarbij meerdere vogels met gebogen hals en omlaag wijzende snavel een luidruchtig groepje vormen. Het hele jaar te horen, het felst van maart tot juni.

Luister: Roep en zangXC466474

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Fors en contrastrijk zwart-wit, met een lange oranjerode snavel, roze poten en een rode oogring rond een rode iris. In vlucht vallen een brede witte vleugelstreep en witte stuit en staartbasis op. In winterkleed loopt een witte halsband over de keel; juvenielen hebben een doffe, donker getopte snavel en grijzige poten.

Verwarrings­soorten

Weinig echte verwarring, maar op het wad worden bergeenden op afstand vaak voor scholeksters aangezien: die hebben een donkergroene kop, een roodbruine borstband en een eendensilhouet. In het binnenland levert een foeragerende ekster op grasland dezelfde vergissing op; alleen de scholekster heeft de lange oranje snavel en roze poten.

Leefgebied

Wadplaten, kwelders, schelpenbanken en stranden; in het broedseizoen ook grasland, bouwland, dijken, industrieterreinen en grinddaken tot ver landinwaarts. Buiten de broedtijd concentreert de soort zich op mosselbanken en zandplaten, met hoogwatervluchtplaatsen op kwelder, dijk of strandhoofd.

Verspreiding en trek

Broedvogel langs de kusten van IJsland en Noorwegen tot Iberië, met in Nederland een grote populatie zowel in de Waddenzee als in het boerenland. Noordelijke vogels overwinteren langs de Atlantische kust tot in Portugal en Zuid-Spanje, waar de soort duidelijk schaarser is dan in Noordwest-Europa.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga twee uur voor hoogwater langs de Waddenzee staan: de vogels worden van de platen gestuwd en verzamelen zich op hoogwatervluchtplaatsen zoals de Boschplaat of het Balgzand. Voor baltsgedrag en roeptrillers: april en mei, vroeg op de ochtend op weiland langs de dijk.

Staat van instandhouding

Sterk achteruit in Nederland en elders in Noordwest-Europa; wereldwijd Gevoelig (IUCN: Near Threatened). Op het wad speelt de beschikbaarheid van mossels en kokkels een rol, in het boerenland vroege maaidata, ontwatering, verstedelijking en predatie van legsels en kuikens.