Alle soortenSteltloperachtigenPlevieren › Strandplevier

Strandplevier

Anarhynchus alexandrinus | Kentish plover | Chorlitejo patinegro

Een bleke, snelle plevier van kale zandvlakten die liever wegrent dan opvliegt. In Nederland is de strandplevier een zeldzame kustbroedvogel geworden, terwijl hij langs de Middellandse Zee nog op vrijwel elke zoutpan en elk breed strand zit.

Strandplevier (Anarhynchus alexandrinus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, kort en wat rollend prrit of gedempt toewit, veel minder muzikaal dan de heldere fluit van de bontbekplevier. Baltsende mannetjes geven boven het strand een ratelende, snorrende reeks. Vooral te horen van maart tot juni; buiten de broedtijd roepen ze weinig en dan meestal bij het opvliegen.

Luister: VluchtroepXC432232

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein, bleek en langpotig, met een fijne geheel zwarte snavel en donkergrijze tot zwartige poten. De borstband is altijd onderbroken: twee losse vlekken naast de hals, nooit een gesloten ring. Het mannetje heeft in het voorjaar een roestige kruin en een zwarte voorhoofdsstreep en oogstreep; vrouwtjes en winterkleed zijn geheel zandbruin getekend. In vlucht een duidelijke witte vleugelstreep en witte staartzijden.

Verwarrings­soorten

Bontbekplevier en kleine plevier hebben een volledige zwarte borstband; bij de strandplevier blijven de zijvlekken gescheiden. Van de bontbekplevier verschilt hij verder door de donkere in plaats van oranje poten en de geheel zwarte snavel, van de kleine plevier door de opvallende witte vleugelstreep en het ontbreken van de gele oogring.

Leefgebied

Kale, droge zandvlakten zonder vegetatie: brede stranden boven de vloedlijn, schelpenbanken, embryonale duinen, opgespoten terreinen en de dijkjes en droogvallende bodems van zoutpannen. Buiten de broedtijd op slikken, in lagunes en langs zandige riviermondingen, meestal in kleine, wijd verspreide groepjes.

Verspreiding en trek

Broedt langs Atlantische en mediterrane kusten; Iberië is het Europese bolwerk, met de zoutpannen van de Ebrodelta, de Levantijnse kust en Andalusië. In Nederland resteert een kleine populatie in het Deltagebied en op de Waddeneilanden, vrijwel geheel geconcentreerd in afgezette en bewaakte broedvogelreservaten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in mei bij laag water langs een afgezet strandreservaat en scan de droge zandvlakte boven de vloedlijn met de telescoop; de vogels rennen kort en staan dan doodstil, waardoor ze pas bij beweging opvallen. Vroeg in de ochtend, voor de strandrecreatie begint, zijn ze het minst schuw.

Staat van instandhouding

In Noordwest-Europa sterk afgenomen door recreatiedruk, strandreiniging, het vastleggen van dynamische zandplaten en predatie door vos en meeuw. Wereldwijd nog niet bedreigd, maar de Europese trend is negatief en de Nederlandse populatie hangt volledig van afzetting en bewaking van broedstranden af.

Andere soorten in deze familie

Kleine plevier · Bontbekplevier · Morinelplevier · Goudplevier · Zilverplevier · Kievit