Alle soortenSteltloperachtigenPlevieren › Zilverplevier

Zilverplevier

Pluvialis squatarola | Black-bellied plover | Chorlito gris

De grote, grijze plevier van het wad, die wijd verspreid en solitair over de plaat werkt in plaats van in zwermen. Zijn weemoedige driedelige fluitje hoor je vaak eerder dan je hem ziet.

Zilverplevier (Pluvialis squatarola)
Foto: Zeynel Cebeci — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een weemoedig, drielettergrepig fluitje met een duidelijke dip in het midden: tlie-oe-ie. Het draagt ver over het wad en verraadt de soort ook in het donker of in dichte mist. Het hele winterhalfjaar te horen, vooral bij opkomend tij als de vogels van de plaat naar de hoogwatervluchtplaats verkassen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Zwaargebouwde plevier met een dikke zwarte snavel, een grote kop en een donker oog in een bleek gezicht. In broedkleed zilvergrijs en zwart geschubd boven, met gitzwart gezicht en onderdelen die breed wit omrand zijn en een witte onderstaart. In winterkleed grijs gespikkeld met een lichte wenkbrauw en grijzige borstzijden. In vlucht een brede witte vleugelstreep, een witte stuit en de zwarte okselvlekken die de soort onmiskenbaar maken.

Verwarrings­soorten

De goudplevier is kleiner, fijner gesnaveld en goudgeel gespikkeld, mist de witte stuit en de zwarte oksels en heeft een geheel witte ondervleugel. Bij zittende vogels in winterkleed beslissen de zware snavel en de koele, grijze in plaats van gele grondtoon. Kijk desnoods tot de vogel opvliegt: de zwarte okselvlek bedriegt nooit.

Leefgebied

Vrijwel uitsluitend een vogel van het getijdengebied: slikplaten, mosselbanken, brede zandstranden en estuaria. Foerageert solitair en wijd verspreid met de karakteristieke ren-stop-pik van plevieren, en verzamelt zich pas bij hoogwater op kwelders, strandhoofden en zandplaten. Waarnemingen in het binnenland zijn schaars en meestal van korte duur.

Verspreiding en trek

Broedt op de arctische toendra van Siberië, Alaska en Canada en dus nergens in Europa. Nederland is een sleutelgebied: de Waddenzee en de Delta herbergen in de winter grote aantallen. In Iberië overwinteren ze in de ría's van Galicië, de Bahía de Cádiz, de Ebrodelta en Doñana, met doortrek langs vrijwel de hele Atlantische kust.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kies in september of oktober een hoogwatervluchtplaats aan de Waddenzee en wees er twee uur voor hoogwater, wanneer het opkomende water de vogels naar de rand van de plaat duwt. Ga met de zon in de rug zitten en wacht rustig af. Bij het invallen tonen ze de zwarte oksel: hét moment om zilver- van goudplevier te scheiden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd nog talrijk en niet bedreigd, maar volledig afhankelijk van een keten van intacte wadgebieden langs de trekroute. Inpoldering, havenuitbreiding en verstoring op hoogwatervluchtplaatsen zijn de grootste risico's, terwijl zeespiegelstijging het areaal aan slikplaten kan doen verdwijnen. In het broedgebied verandert de toendra snel door opwarming.

Andere soorten in deze familie

Strandplevier · Kleine plevier · Bontbekplevier · Morinelplevier · Goudplevier · Kievit