Alle soortenSteltloperachtigenPlevieren › Bontbekplevier

Bontbekplevier

Charadrius hiaticula | Common ringed plover | Chorlitejo grande

Compact, rond en fel getekend, rent de bontbekplevier in korte spurtjes over het slik en stopt dan abrupt om te pikken. Op het wad is hij jaarrond te zien, met de grootste aantallen tijdens de doortrek van noordelijke vogels.

Bontbekplevier (Charadrius hiaticula)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, opgewekt en tweelettergrepig toe-lie, oplopend aan het eind, dat overal langs de vloedlijn klinkt. In baltsvlucht een ritmisch herhaald toewie-toewie-toewie boven de broedplaats. Roept jaarrond, vooral bij het opvliegen en op nachtelijke trek in augustus en september.

Luister: Zacht stijgend 'toe-iep' als vluchtroepXC432627

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Steviger en ronder dan de kleine plevier, met een brede zwarte borstband, zwart masker en witte voorhoofdsvlek. De snavel is oranje met een zwarte punt, de poten helder oranje. In vlucht loopt een brede witte streep over de hele vleugel. In winterkleed en bij jonge vogels zijn zwart en oranje vervangen door bruin en vaal geeloranje, en oogt de borstband smaller en soms onderbroken.

Verwarrings­soorten

Verwarring vooral met de kleine plevier: die mist de witte vleugelstreep, heeft een gele oogring, een geheel donkere snavel en dofgele poten. De strandplevier is bleker en langpotiger en heeft altijd een onderbroken borstband, met geheel zwarte snavel en donkere poten. In vlucht is de vleugelstreep van de bontbekplevier het breedst.

Leefgebied

Zand- en schelpenstranden, slikplaten, kwelderranden en droogvallende platen; broedt op kale schelpenbanken, opgespoten terreinen en in het noorden op toendra. Buiten de broedtijd vooral op estuariene slikken, waar hij op zicht jaagt en verspreid en solitair blijft foerageren tussen andere steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van Noordwest-Europa tot de arctische toendra van Groenland en Siberië; de noordelijke populaties trekken via de Waddenzee naar West-Afrika. In Nederland een schaarse broedvogel van de kust en de Delta, maar een talrijke doortrekker en wintergast. In Iberië vooral doortrekker en overwinteraar in estuaria en delta's.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in mei of augustus twee uur na hoogwater naar een slikplaat en volg de terugtrekkende waterlijn; bontbekplevieren foerageren dan verspreid op het verse slik. Let op het typische ritme van stoppen, rennen en pikken, dat de soort al verraadt voordat het verrekijkerbeeld scherp is.

Staat van instandhouding

De arctische populaties zijn nog talrijk, maar de West-Europese broedvogels gaan achteruit door recreatiedruk op stranden, kustversterking en predatie. In Nederland is de broedpopulatie sterk geslonken terwijl de doortrekaantallen redelijk stabiel blijven. Verstoring van hoogwatervluchtplaatsen is een aanhoudende zorg.