Alle soortenSteltloperachtigenKluten › Steltkluut

Steltkluut

Himantopus himantopus | Black-winged stilt | Cigüeñuela común

Op absurd lange roze poten waadt de steltkluut door ondiepe brakke plassen, zwart-wit en scherp afgetekend. In Nederland is hij een grillige broedvogel die vooral in warme voorjaren opduikt; in Spanje hoort hij bij het vaste beeld van elke zoutpan.

Steltkluut (Himantopus himantopus)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig en aanhoudend bij het nest: een scherp, nasaal blafje, kèk-kèk-kèk, dat bij verstoring in een ratelende reeks overgaat en aan een kleine stern doet denken. Te horen van april tot juli, vooral wanneer een kiekendief of meeuw over de kolonie trekt; buiten de broedtijd is de soort tamelijk zwijgzaam.

Luister: Blaffende alarmroepenXC431789

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Onmiskenbaar: sneeuwwit lichaam, gitzwarte bovenvleugels en een naaldfijne rechte zwarte snavel. De poten zijn helderroze en steken in vlucht een handbreed voorbij de staart, waardoor de vogel op een zwevend kruis lijkt. Mannetjes hebben een glanzend zwarte mantel, vrouwtjes een bruinere; in winterkleed en bij jonge vogels is de kruin grijs gevlekt en de rug matbruin met lichte veerzomen.

Verwarrings­soorten

Alleen de kluut komt in de buurt, maar die heeft een opgewipte snavel, blauwgrijze poten en een zwart-wit getekende bovenvleugel. De steltkluut is op de vleugel van boven en onder eenkleurig zwart, met een witte wig over de rug, en die extreem lange roze poten sluiten elke twijfel uit.

Leefgebied

Ondiepe, warme en vaak brakke of zilte wateren met kale slikranden: zoutpannen, indampende visvijvers, rijstvelden, kwelders en tijdelijke plassen in kleiputten. Broedt in losse kolonies op eilandjes en lage dijkjes, vaak samen met kluten en visdieven. Foerageert wadend tot aan de buik, pikkend van het wateroppervlak.

Verspreiding en trek

Zuid-Europese soort met het zwaartepunt in Iberië, waar de zoutpannen van de Ebrodelta, Doñana en de Andalusische marismas duizenden paren herbergen. Breidt zich noordwaarts uit; in Nederland broeden sinds de jaren tachtig in warme voorjaren enkele tot enkele tientallen paren, vooral in het Deltagebied en in jonge natuurgebieden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Kom in mei of juni in de vroege ochtend bij een pas ingericht natuurgebied met kale eilandjes; steltkluten vallen dan al van ver op boven het lage water. In Spanje zijn de zoutpannen rond hoogwater het best, wanneer de vogels zich in de ondiepste pannen concentreren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd algemeen en niet bedreigd, en in Europa duidelijk in opmars door klimaatopwarming en de aanleg van natte natuur. Kwetsbaar blijft de soort voor peilschommelingen tijdens het broedseizoen: één zomerse bui of een leeglopende plas kost een hele kolonie haar nesten. Ook grondpredatie op vastelandbroedplaatsen speelt mee.

Andere soorten in deze familie

Kluut