Alle soorten › Steltloperachtigen › Kluten › Steltkluut
Steltkluut
Himantopus himantopus | Black-winged stilt | Cigüeñuela común
Op absurd lange roze poten waadt de steltkluut door ondiepe brakke plassen, zwart-wit en scherp afgetekend. In Nederland is hij een grillige broedvogel die vooral in warme voorjaren opduikt; in Spanje hoort hij bij het vaste beeld van elke zoutpan.
Geluid
Luidruchtig en aanhoudend bij het nest: een scherp, nasaal blafje, kèk-kèk-kèk, dat bij verstoring in een ratelende reeks overgaat en aan een kleine stern doet denken. Te horen van april tot juli, vooral wanneer een kiekendief of meeuw over de kolonie trekt; buiten de broedtijd is de soort tamelijk zwijgzaam.
Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Onmiskenbaar: sneeuwwit lichaam, gitzwarte bovenvleugels en een naaldfijne rechte zwarte snavel. De poten zijn helderroze en steken in vlucht een handbreed voorbij de staart, waardoor de vogel op een zwevend kruis lijkt. Mannetjes hebben een glanzend zwarte mantel, vrouwtjes een bruinere; in winterkleed en bij jonge vogels is de kruin grijs gevlekt en de rug matbruin met lichte veerzomen.
Verwarringssoorten
Alleen de kluut komt in de buurt, maar die heeft een opgewipte snavel, blauwgrijze poten en een zwart-wit getekende bovenvleugel. De steltkluut is op de vleugel van boven en onder eenkleurig zwart, met een witte wig over de rug, en die extreem lange roze poten sluiten elke twijfel uit.
Leefgebied
Ondiepe, warme en vaak brakke of zilte wateren met kale slikranden: zoutpannen, indampende visvijvers, rijstvelden, kwelders en tijdelijke plassen in kleiputten. Broedt in losse kolonies op eilandjes en lage dijkjes, vaak samen met kluten en visdieven. Foerageert wadend tot aan de buik, pikkend van het wateroppervlak.
Verspreiding en trek
Zuid-Europese soort met het zwaartepunt in Iberië, waar de zoutpannen van de Ebrodelta, Doñana en de Andalusische marismas duizenden paren herbergen. Breidt zich noordwaarts uit; in Nederland broeden sinds de jaren tachtig in warme voorjaren enkele tot enkele tientallen paren, vooral in het Deltagebied en in jonge natuurgebieden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kom in mei of juni in de vroege ochtend bij een pas ingericht natuurgebied met kale eilandjes; steltkluten vallen dan al van ver op boven het lage water. In Spanje zijn de zoutpannen rond hoogwater het best, wanneer de vogels zich in de ondiepste pannen concentreren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd algemeen en niet bedreigd, en in Europa duidelijk in opmars door klimaatopwarming en de aanleg van natte natuur. Kwetsbaar blijft de soort voor peilschommelingen tijdens het broedseizoen: één zomerse bui of een leeglopende plas kost een hele kolonie haar nesten. Ook grondpredatie op vastelandbroedplaatsen speelt mee.