Alle soorten › Roofvogels
Roofvogels | Accipitriformes
Birds of prey | Rapaces diurnas
Dagroofvogels met een haaksnavel waarvan de bovensnavel over de ondersnavel valt om vlees los te scheuren, en met een washuid aan de snavelbasis waarin de neusgaten liggen. De poot heeft vier korte, zeer sterke tenen met gebogen nagels; de prooi wordt met de voet gedood en niet met de snavel. In het oog liggen twee gebieden van scherp zien, waarvan er één ver vooruit kijkt, zodat een vogel op grote hoogte een prooi op de grond kan onderscheiden. Het vrouwtje is bij vrijwel alle soorten groter dan het mannetje. Onverteerbare resten worden als braakbal uitgebraakt. Het nest is een bouwsel van takken dat jaren achtereen wordt gebruikt en elk seizoen groter wordt.
Families in deze orde
- Visarenden | Pandionidae1 soort
- Havikachtigen | Accipitridae18 soortenDe familie beslaat in dit gebied alles van de wigstaartarend, met een spanwijdte van ruim twee meter, tot de kleine sperwer die tussen de takken door jaagt. Brede vleugels met gespreide handpennen maken zweven op thermiek mogelijk, wat bij de arenden en de wouwen het grootste deel van de dag in beslag neemt. Van de zwarte wouw en de fluitwouw is beschreven dat ze bij grasbranden brandende takjes oppakken en verderop laten vallen, waardoor het vuur zich uitbreidt en er opnieuw prooi opvliegt; hoe algemeen dat gedrag is, is nog niet vastgesteld. De kiekendieven jagen laag en langzaam over riet en grasland en hebben rond het oog een krans van stijve veren die geluid naar het oor leidt, zodat een prooi ook onder de vegetatie te vinden is. Het eerste jong komt enkele dagen vóór het tweede uit; bij de arenden overleeft in een mager jaar meestal alleen de oudste.