Alle soorten › Steltloperachtigen
Steltloperachtigen | Charadriiformes
Waders, gulls and terns | Limícolas, gaviotas y charranes
Families in deze orde
- Plevieren en verwanten | CharadriiGrote ogen zijn het kenmerk: deze vogels zoeken hun voedsel op het zicht en pikken het van de oppervlakte, en lopen daarom in stoten - rennen, stilstaan, pikken, weer rennen. De snavels lopen binnen de groep sterk uiteen, van kort en stomp tot lang en beitelvormig, maar de poot is overal gelijk: drie tenen naar voren en een achterteen die klein is of ontbreekt. De jongen worden alleen bewaakt en warm gehouden; hun voedsel zoeken ze vanaf de eerste dag zelf bij elkaar. Wie te dicht bij het nest komt, wordt weggeleid door een ouder die luid roepend voor hem uit strompelt alsof zijn vleugel gebroken is.
- Grielen | Burhinidae2 soorten
- Kluten | Recurvirostridae4 soorten
- Scholeksters | Haematopodidae5 soorten
- Plevieren | Charadriidae19 soorten
- Strandlopers en snippen | ScolopaciEen lange snavel met drukzintuigen in de top: deze vogels sporen hun prooi op de tast op, diep in modder of vochtige grond, zonder hem ooit te zien, en foerageren daardoor in het donker even goed als overdag. Het kleed is bruin en fijn gestreept of gevlekt, en de ogen zitten hoog en ver naar achteren in de kop, zodat de vogel al tastend ook boven en achter zich blijft kijken. De broedzorg is binnen de groep opvallend verschillend verdeeld: bij een deel van de soorten broedt alleen het mannetje en legt het vrouwtje kort na elkaar voor meerdere partners. Zang in de gewone zin ontbreekt meestal; boven het broedgebied maken ze geluid met hun staart- of vleugelpennen, in een baltsvlucht die hele nachten kan duren.
- Vlakteloper | Pedionomidae1 soort
- Goudsnippen | Rostratulidae1 soort
- Jacana's | Jacanidae1 soort
- Strandlopers en snippen | Scolopacidae36 soorten
- Meeuwen, sterns en alken | LariDeze steltlopers zijn niet aan de oever gebonden: ze nemen hun voedsel van of onder het wateroppervlak, rusten zwemmend op open zee en houden zich op lange vleugels urenlang zwevend in de lucht - een deel roeit onder water met diezelfde vleugels. Ze broeden in kolonies op kliffen, eilandjes en stranden, met een klein legsel dat vaak niet meer dan één of twee eieren telt. De jongen blijven bij het nest en worden door beide ouders gevoerd, bij sommige soorten tot ver nadat ze kunnen vliegen; het duurt daarna nog jaren voor ze zelf broeden, en ondertussen dragen ze wisselende onvolwassen kleden. Niet alles in de groep past in dat beeld: erfelijk onderzoek plaatst er ook enkele kleine, verborgen levende grondvogels bij.
- Vechtkwartels | Turnicidae6 soorten
- Vorkstaartplevieren | Glareolidae2 soorten
- Jagers | Stercorariidae5 soorten
- Meeuwen, sterns en schaarbekken | Laridae30 soorten