Alle soorten › Scharrelaarachtigen

Scharrelaarachtigen | Coraciiformes

Kingfishers, bee-eaters and rollers | Coraciiformes

Vogels met een lange, rechte, spitse snavel en met syndactyle poten: de derde en vierde teen zijn over een deel van hun lengte vergroeid tot één breed vlak. Die voet is geen grijpvoet maar een schep, waarmee zand uit een gegraven gang naar achteren wordt geduwd. Het nest is dan ook een holte: een tunnel in een oeverwand, een boomholte of een uitgehakte kamer in een termietennest, zonder nestmateriaal. De jongen komen naakt en blind uit het ei en groeien op in het donker. Prooi wordt met de snavelpunt gegrepen en vóór het doorslikken tegen een tak stukgeslagen, waarna hij met de kop naar voren naar binnen gaat.

Families in deze orde

  • Scharrelaars | Coraciidae1 soort
  • Bijeneters | Meropidae1 soort
  • IJsvogels | Alcedinidae10 soortenDe meeste soorten van deze familie vissen in dit gebied niet. Ze zitten op een uitkijkpost boven open grond en laten zich op hagedissen, insecten en jonge vogels vallen; de kookaburra doodt slangen door ze herhaaldelijk tegen een tak te slaan. De kookaburra's leven in groepen van een broedpaar met jongen van vorige jaren, die mee voeren en bewaken, en zetten bij het licht worden en bij het vallen van de avond een gezamenlijk lachend koor in dat de grenzen van het territorium markeert. Verschillende soorten hakken hun nestkamer uit in een boombewonend termietennest: de termieten sluiten de wand rondom af en de kamer blijft daardoor droog en warm. Er wordt geen nestmateriaal aangedragen. De jongen groeien op in een donkere, sterk vervuilde holte en hebben de eerste weken een haak op de snavelpunt, waarmee de oudste de jongere kan verwonden.