Alle soorten › Trogonachtigen
Trogonachtigen | Trogoniformes
Trogons | Trogones
Trogons zijn compact gebouwde bosvogels met een groot hoofd op een korte hals, grote ogen en een korte, brede snavel met een wijde bek, aan de basis omgeven door stugge borstelveertjes. De tenen staan anders dan bij alle andere vogels: de eerste twee wijzen naar achteren, de andere twee naar voren. De poten zijn kort en zwak, zodat lopen en klimmen nauwelijks voorkomen. De huid is opvallend dun en de veren zitten los, waardoor ze bij het minste grijpen loslaten. Het mannetje is metaalachtig groen op rug en borst en scherp begrensd rood of geel op de buik, het vrouwtje doffer bruin of grijs; de lange, recht afgesneden staart heeft zwart-wit getekende buitenste veren. Uren achtereen zitten ze rechtop en onbeweeglijk op een tak, waarbij alleen de kop draait.
Families in deze orde
- Trogons | Trogonidae2 soortenVanaf een vaste tak wordt het bladerdek afgezocht; zodra een grote sprinkhaan, rups of bidsprinkhaan wordt opgemerkt, volgt een korte, fladderende vlucht waarin de prooi al zwevend van blad of twijg wordt geplukt, waarna de vogel naar dezelfde of een naburige tak terugkeert. Grote prooi wordt op de zitplaats stukgeslagen voor hij wordt doorgeslikt. Vruchten worden op dezelfde manier in de vlucht afgerukt en in hun geheel doorgeslikt; de pitten komen later onverteerd naar buiten, zodat de vogels zaden over het bos verspreiden. Het nest is een holte in een dode stam of een dikke, rottende tak, met de snavel uitgeknaagd of overgenomen van een specht, en blijft onbekleed; beide ouders broeden om beurten en voeren de naakte jongen. Het geluid is een reeks lage, hese, gelijkmatig herhaalde noten, van dichtbij zacht en dof, maar ver door het bos dragend en daardoor moeilijk te plaatsen; bij verstoring klinkt een scherp ratelend geluid en wordt de staart op en neer bewogen.