Alle soorten › Futen › Futen › Amerikaanse dodaars

Amerikaanse dodaars | Tachybaptus dominicus

Least Grebe | Zambullidor menor

De Amerikaanse dodaars is een zeer kleine, donkere fuut met een geel oog. Hij leeft op kleine, dichtbegroeide zoetwaterplassen en duikt bij verstoring liever weg dan dat hij opvliegt. Op de Grote Antillen, de Bahama's en Trinidad en Tobago is hij een standvogel.

Amerikaanse dodaars (Tachybaptus dominicus)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, ratelende triller, vaak door beide vogels van een paar als duet; verder een kort, schel piek of bieng. Het baltsgeluid is vergeleken met het hinniken van een paard.

Luister: ZangXC817508

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–26 cm, klein en rond, met een dunne, spitse, donkere snavel en een goudgeel tot oranjegeel oog. In broedkleed vrijwel egaal donker grijsbruin, met een zwartachtige kruin en keel en een grijzere kop; de flanken en borst zijn bruiner. Buiten de broedtijd lichter, met een witte keel en een bleke snavelbasis. Jonge vogels hebben donkere en lichte strepen op de kop. In de zeldzame vlucht is een witte vleugelvlek te zien. Ligt laag in het water, zonder zichtbare staart, met het witte achterlijf soms opgezet.

Verwarrings­soorten

De dikbekfuut Podilymbus podiceps is groter en bruiner, met een dikke, bleke snavel en een donker oog. Het vrouwtje van de maskerstekelstaart Nomonyx dominicus zwemt eveneens laag en duikt, maar is een eend, met een brede snavel, een stijve staart en twee donkere strepen over het gezicht.

Leefgebied

Kleine, ondiepe zoetwaterplassen en vijvers met veel drijvende planten en oevervegetatie, moerassen met lisdodde, sloten en kanalen, rijstvelden en tijdelijke regenplassen; plaatselijk ook brakke plassen achter de mangrove. Eet kleine vissen, insecten en hun larven en andere ongewervelden, die hij duikend vangt. Het nest is een drijvend hoopje plantenmateriaal, verankerd aan de vegetatie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op de Bahama's, Cuba, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico, inclusief Vieques en Culebra, en op Trinidad en Tobago. Op de andere eilanden is de soort schaars of onregelmatig; van de Kleine Antillen zijn verspreide waarnemingen bekend. Buiten het gebied van het zuidwesten van de Verenigde Staten en Mexico door Midden-Amerika tot in Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Puerto Rico geregeld in het natuurreservaat Caño Tiburones, op Cuba in de moerassen en vijvers van het Zapata-schiereiland. Kleine, dichtbegroeide vijvers met wat open water zijn het meest kansrijk; de vogel duikt snel weg en komt vaak half verscholen tussen de planten weer boven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de wereldpopulatie wordt als stabiel beschouwd. Op de eilanden verliest de soort plaatselijk leefgebied door het droogleggen en opvullen van kleine wetlands, maar ze bezet ook nieuw ontstane plassen, zoals vijvers bij boerderijen en waterbekkens.

Wetenschappelijke naam

Tachybaptus dominicus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Colymbus dominicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tachybaptus werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Tachybaptus is Grieks, van takhus 'snel' en baptō 'onderdompelen, duiken'. dominicus betekent 'van Santo Domingo', de oude naam voor Hispaniola. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola (Santo Domingo).