Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Amerikaanse tafeleend

Amerikaanse tafeleend | Aythya americana

Redhead | Pato cabecirrojo

De Amerikaanse tafeleend is een duikeend uit de prairiemoerassen van Noord-Amerika die in het Caribisch gebied alleen als schaarse wintergast verschijnt. Het mannetje is te herkennen aan zijn ronde roodbruine kop en driekleurige snavel; het vrouwtje is egaal bruin. De meeste waarnemingen komen van Cuba en de Bahama's.

Amerikaanse tafeleend (Aythya americana)
Foto: Judy Gallagher — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter grotendeels stil. Het mannetje heeft in de balts een katachtig, opwaarts gebogen mieeuw; het vrouwtje een laag, rauw krrr.

Luister: VluchtroepXC1012787

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–56 cm, een stevige duikeend met een ronde kop, een steil voorhoofd en een vrij korte snavel. Het mannetje heeft een egaal roodbruine kop en hals, een zwarte borst en zwarte stuit, en een grijze rug en flanken, fijn gevermiculeerd. Het oog is geel. De snavel is blauwgrijs met een smalle witte band en een zwarte punt. Het vrouwtje is egaal warmbruin, met een lichtere zone rond de snavelbasis, een lichte oogring en vaak een vage lichte streep achter het oog; haar snavel heeft dezelfde lichte band en zwarte punt, maar is doffer. In de vlucht een brede grijze vleugelstreep over de armpennen, zonder helder wit. Mannetjes in eclipskleed lijken op vrouwtjes maar houden het gele oog.

Verwarrings­soorten

De ringsnaveleend Aythya collaris is kleiner, heeft een hoekige kop met een piek op de kruin, een zwarte rug en bij het mannetje een witte veeg voor de grijze flanken; het vrouwtje heeft een duidelijke oogring en oogstreep en een witte ring om de snavel. De kleine topper Aythya affinis heeft bij het mannetje een zwarte kop en een veel lichtere rug, en bij het vrouwtje een scherp afgetekend wit vlak aan de snavelbasis en een geel oog. Een vrouwtje Amerikaanse tafeleend onderscheidt zich door de ronde kop, de egaal bruine tint en de snavel met lichte band en zwarte punt.

Leefgebied

Zoete en brakke lagunes, grotere vijvers en meren, en beschutte ondiepe kustbaaien. Zoekt het voedsel duikend en eet vooral waterplanten, hun knollen en zaden, aangevuld met kleine ongewervelden. In de winter vaak in gezelschap van andere duikeenden, met name kleine toppers en ringsnaveleenden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Schaarse wintergast op Cuba en de Bahama's, daar in kleine aantallen. Op Hispaniola (de Dominicaanse Republiek), Jamaica en de Kaaimaneilanden is de soort een zeer zeldzame gast; van de andere eilanden zijn geen of nauwelijks gevallen bekend. Broedt in de prairiemoerassen en het binnenland van het westen en midden van Noord-Amerika; overwintert in het zuiden van de Verenigde Staten, vooral langs de Golf van Mexico, en in Mexico en Guatemala.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kans in de winter op grotere zoete en brakke wateren op Cuba en de Bahama's, tussen groepen kleine toppers en ringsnaveleenden. Een vogel met een ronde kop en een driekleurige snavel in zo'n groep is het nakijken waard.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (Least Concern). De broedaantallen hangen sterk af van de waterstand in de prairiemoerassen. In het Caribisch gebied gaat het om weinig vogels en is er geen aparte bescherming voor de soort; de wetlands waar de wintergasten verblijven, staan wel onder druk door drooglegging en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Aythya americana | (Eyton, 1838)

Eyton beschreef de soort in 1838 als Fuligula americana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie. Aythya komt van Grieks aithuia, bij Aristoteles en Hesychius de naam van een niet nader te bepalen duikende zeevogel. americana betekent 'Amerikaans', naar het Noord-Amerikaanse broedgebied. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noord-Amerika (niet nader bepaald).