Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Antillenlijster
Antillenlijster | Turdus lherminieri
Forest Thrush | Zorzal antillano
De Antillenlijster is een bruine, sterk geschubde lijster van de regenwouden van vier eilanden in de Kleine Antillen. Hij leeft op en dicht bij de bosbodem en is schuw. Elk eiland heeft een eigen ondersoort. Op Guadeloupe heet hij grive à pieds jaunes en is hij een traditioneel jachtwild.
Geluid
De zang bestaat uit zachte, heldere en welluidende tonen. De roep is een scherp tsjoek of tsjoek-tsjoek.
Opname: Valentin Monnoy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
25–27 cm, vrij gedrongen, met een kortere staart dan de meeste Turdus-soorten. Kop en bovendelen zijn warm bruin, met fijne witte streepjes op wang en oorstreek. De onderdelen zijn witachtig met grote, bruin omzoomde donkerbruine schubben op borst en flanken, waardoor de onderzijde gevlekt tot geschubd lijkt. Snavel, brede oogring, iris en poten zijn geel. De seksen zijn gelijk. De vogels van Dominica en Saint Lucia zijn kleiner; die van Dominica donkerder, die van Saint Lucia met grotere, meer bleekgele schubben.
Verwarringssoorten
De witoogspotlijster Margarops fuscatus heeft een witte iris, een zware lichte snavel en donkere poten en zit vaker hoog en in de open. De geschubde spotlijster Allenia fusca is kleiner, met een donkere snavel, een witte vleugelstreep en geen gele oogring. De naaktooglijster Turdus nudigenis, op Saint Lucia en sinds kort noordelijker, heeft een effen grijsbruine, ongeschubde onderzijde. Op Dominica is de oostelijke roodpootlijster Turdus ardosiaceus grijs, met rode poten en snavel.
Leefgebied
Primair en ouder secundair altijdgroen bos, van zeeniveau tot ongeveer 1000 m, maar vooral op middelhoge en hogere hellingen; ook natte ravijnen en bosranden met dichte ondergroei. Foerageert in het strooisel op ongewervelden en eet vruchten, ook in boomkronen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen in de Kleine Antillen: Montserrat (vooral de Centre Hills), Guadeloupe (vooral Basse-Terre), Dominica en Saint Lucia, elk met een eigen ondersoort. Op Saint Lucia zeldzaam. Van de andere eilanden niet bekend.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het Nationaal Park van Guadeloupe op Basse-Terre en de bossen rond Morne Diablotin op Dominica bieden de beste kansen, in de vroege ochtend langs rustige bospaden, of bij vruchtdragende bomen. De roep verraadt de vogel vaak eerder dan hij zichtbaar wordt.
Staat van instandhouding
Gevoelig volgens de IUCN; de populatie neemt af. Bedreigingen zijn ontbossing en houtkap, de jacht op Guadeloupe, ingevoerde predatoren, orkanen en op Montserrat de vulkaanuitbarstingen sinds 1995, die een groot deel van het bos vernietigden.
Wetenschappelijke naam
Turdus lherminieri | de Lafresnaye, 1844
De Lafresnaye beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. lherminieri eert de Franse apotheker en natuuronderzoeker Félix Louis L'Herminier (1779–1833), die jarenlang de natuur van Guadeloupe bestudeerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guadeloupe.



