Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Geelpootlijster
Geelpootlijster | Turdus flavipes
Yellow-legged Thrush | Zorzal azulado
De geelpootlijster is een middelgrote lijster van vochtige bossen, met een sterk verschil tussen de seksen: het mannetje is zwart en leigrijs, het vrouwtje bruin. In het gebied van deze gids leeft hij alleen op Trinidad en Tobago, elk met een eigen ondersoort. Hij houdt zich meer in de boomlagen op dan de meeste andere lijsters hier en komt vaak af op vruchtdragende bomen.
Geluid
De zang bestaat uit korte reeksen van twee tot acht tonen met tussenpozen van ongeveer een seconde, luid en energiek maar vaak wat piepend; vaak vanuit de kruinlaag. De roep is een kort tsrip.
Opname: João Capurucho — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
20–23 cm. Het mannetje heeft een zwarte kop, borst, vleugels en staart en een leigrijze rug, stuit, flanken en buik; snavel, oogring en poten zijn geel. Het vrouwtje is warm donkerbruin van boven en lichter, meer oranjebruin van onder, met een licht gestreepte keel, een gelige oogring, een doffe snavel en gele poten. Op Tobago (ondersoort xanthoscelus) zijn de mannetjes donkerder dan op Trinidad (melanopleura). Jonge vogels zijn bruin met lichte vlekken boven en donkere vlekken onder.
Verwarringssoorten
Het mannetje heeft in dit gebied geen gelijkende soorten. Het vrouwtje lijkt op de cacaolijster Turdus fumigatus (alleen Trinidad), die roodbruiner is, zonder gele oogring en met grijsbruine poten. De naaktooglijster Turdus nudigenis is grijzer bruin, met een brede kale gele oogring en grijze poten. De witneklijster Turdus albicollis heeft een gestreepte keel met een witte halve kraag eronder en een grijze borst.
Leefgebied
Het binnenste, de randen en open plekken van vochtig primair en secundair bos, ook overwoekerde en beschaduwde koffie- en cacaoplantages. Op het vasteland vooral in middelgebergte, op de eilanden ook lager. Eet vruchten en bessen in bomen en struiken en zoekt ook op de grond naar insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Op Trinidad vooral in de bossen van de Northern Range, op Tobago in de bossen van de Main Ridge. Buiten het gebied in de bergen van het noordoosten van Colombia en het noorden van Venezuela, in het tepui-gebied van Venezuela, Guyana en Brazilië, en in het zuidoosten van Brazilië tot Paraguay en het noordoosten van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Tobago langs de paden van het Main Ridge-bos, zoals Gilpin Trace; op Trinidad in de bossen van de Northern Range. Zingende mannetjes zitten vaak hoog en zijn op de herhaalde, korte frasen te vinden; vruchtdragende bomen trekken ook vrouwtjes en jonge vogels.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied. Plaatselijk verdwijnt bos door kap en ontginning, maar de soort gebruikt ook secundair bos en beschaduwde plantages.
Wetenschappelijke naam
Turdus flavipes | Vieillot, 1818
Vieillot beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. flavipes is Latijn, van flavus 'geel' en pes 'voet', naar de gele poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rio de Janeiro, Brazilië.



