Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Bahamamaskerzanger
Bahamamaskerzanger | Geothlypis rostrata
Bahama Yellowthroat | Mascarita de las Bahamas
De Bahamamaskerzanger is een grote, zwaargebekte maskerzanger die alleen op enkele eilanden van de noordelijke Bahama's voorkomt. Hij lijkt op de gewone maskerzanger, die er in de winter ook zit, maar leeft in droger terrein en beweegt trager en meer afgemeten door de ondergroei.
Geluid
De zang lijkt op die van de gewone maskerzanger, een luid wietsjetie-wietsjetie-wietsjit, maar is wat lager en trager. Daarnaast een zachte 'fluisterzang' met trillers en sputterende geluiden. De gewone roep is een scherp tsjok.
Opname: Jim Holmes — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
15 cm, duidelijk groter dan de gewone maskerzanger, met een dikke, zwarte snavel en donkerroze poten. Het mannetje heeft een breed zwart masker van voorhoofd tot halszijde, aan de bovenkant begrensd door een grijswitte band die overgaat in een grijze achterkruin en nek. De bovendelen zijn geelachtig olijfgroen, keel en borst geel en de rest van de onderdelen iets bleker geel met olijfkleurige flanken. Het vrouwtje heeft geen masker, een bruinige kruin, een smalle grijswitte wenkbrauwstreep en grijzige oorstreek; de onderdelen zijn eveneens grotendeels geel.
Verwarringssoorten
De gewone maskerzanger Geothlypis trichas, in de winter op dezelfde eilanden, is kleiner en fijner gebekt, heeft een witachtige buik en bij het mannetje een smallere, wittere band boven het masker en geen grijze achterkruin. Hij zoekt vooral nattere, lage begroeiing. Vrouwtjes lijken meer op elkaar; onderscheid dan op de snavel, het formaat en de meer egaal gele onderdelen van de Bahamamaskerzanger.
Leefgebied
Vooral de ondergroei van open pijnbos met adelaarsvaren en lage waaierpalmen, daarnaast dicht struikgewas aan bosranden, kustbos en droog loofbos (coppice) en verruigde terreinen. Moerassen en natte gebieden worden juist gemeden. Zoekt insecten en andere ongewervelden laag in de begroeiing en op de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op de noordelijke Bahama's: Grand Bahama, Abaco en Little Abaco, Andros, New Providence, Eleuthera en Cat Island, met verschillende ondersoorten per eilandgroep. Op de zuidelijke Bahama's en daarbuiten komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de pijnbossen van Abaco, Grand Bahama en Andros, in de vroege ochtend wanneer mannetjes vanaf een lage struik of palmblad zingen. De trage bewegingen en de zware snavel helpen bij het onderscheid van gewone maskerzangers, die in de winter vooral in natte vegetatie zitten.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar de aantallen nemen vermoedelijk af. De soort heeft een klein verspreidingsgebied en is kwetsbaar voor het kappen en verbranden van pijnbos, bebouwing en orkanen, die op Abaco en Grand Bahama grote delen van het bos hebben beschadigd.
Wetenschappelijke naam
Geothlypis rostrata | Bryant, 1867
Bryant beschreef de soort in 1867 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Geothlypis werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Geothlypis is Grieks, van gē 'aarde, grond' en thlupis, een niet nader bekend klein vogeltje: 'grondzangertje', naar het leven laag in dichte begroeiing. rostrata is Latijn voor 'gesnaveld, met grote snavel' (van rostrum 'snavel'), naar de forsere snavel dan bij verwante maskerzangers. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nassau, New Providence, Bahama's.



