Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Bahamaspotlijster
Bahamaspotlijster | Mimus gundlachii
Bahama Mockingbird | Sinsonte de las Bahamas
De Bahamaspotlijster is een grote, bruingrijze spotlijster met een beperkt verspreidingsgebied: de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, de cays voor de noordkust van Cuba en twee droge heuvelgebieden in het zuiden van Jamaica. Hij is schuwer dan de spotlijster, zingt vaak vanuit dekking en imiteert geen andere vogels.
Geluid
Een luide zang van abrupte, gevarieerde noten en frasen die elk een paar keer worden herhaald, trager en minder gevarieerd dan bij de spotlijster en zonder imitaties. Zingt vaak vanaf een verborgen plek of van een palm. De roep is een droog, kort tsjek.
Opname: PT xiao — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
28 cm, groot, met een lange staart en een stevige, licht gebogen zwarte snavel. De bovendelen zijn bruingrijs met donkere strepen op de rug. De kop heeft een lichte wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en een donkere baardstreep. De onderdelen zijn vuilwit, met donkere strepen op de borstzijden en de flanken. De vleugels hebben twee smalle lichte vleugelstrepen maar geen witte vlek. De staart is donker met witte punten aan de buitenste veren. De Jamaicaanse ondersoort hillii is sterker gestreept op de rug en heeft grotere witte staartpunten. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De spotlijster Mimus polyglottos is kleiner en zuiverder grijs, met een ongestreepte onderzijde, een grote witte vleugelvlek en witte buitenste staartveren. De katvogel Dumetella carolinensis is egaal donkergrijs met een zwarte kap en roodbruine onderstaartdekveren. De grijze koningstiran Tyrannus dominicensis heeft een donker masker, een kortere, ingekeepte staart en zit rechtop op draden.
Leefgebied
Kuststruweel met verspreide bomen, vooral met kleine palmen, droog struweel, open bos en kalksteenbos; op de Bahama's ook plantages en tuinen aan de rand van bebouwing. Op Jamaica alleen in droog, struikachtig bos op kalksteenheuvels. Kiest hogere en dichtere begroeiing dan de spotlijster. Foerageert vooral op de grond op insecten, vruchten en bessen. Broedt van februari tot juni in een open komnest in een struik.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op vrijwel alle eilanden van de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden, op de noordelijke Bahama's plaatselijker dan in het zuiden. Op Cuba alleen op de cays van de Sabana-Camagüey-archipel, onder meer Cayo Coco, Cayo Guillermo en Cayo Paredón Grande. Op Jamaica (hillii) beperkt tot de Hellshire Hills en Portland Ridge in het zuiden. Dwaalgast in Florida.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Cuba vooral op Cayo Coco en Cayo Guillermo, op de Bahama's in kuststruweel op eilanden als Andros, Exuma en Long Island. Op Jamaica het beste in de vroege ochtend in de Hellshire Hills. De gestreepte flanken, het ontbreken van een witte vleugelvlek en de witte staartpunten zijn de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en in het grootste deel van het gebied algemeen. Op Jamaica is de populatie klein en het droge kalksteenbos van de Hellshire Hills wordt bedreigd door houtkap, houtskoolproductie en bebouwing. Op de Bahama's breidt de spotlijster zich uit, wat tot concurrentie kan leiden.
Wetenschappelijke naam
Mimus gundlachii | Cabanis, 1855
Cabanis beschreef de soort in 1855 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Mimus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Mimus is Latijn voor 'nabootser', naar de gewoonte om andere geluiden na te doen. gundlachii eert de Duits-Cubaanse natuuronderzoeker Juan (Johannes) Gundlach (1810–1896), die decennialang de fauna van Cuba bestudeerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.





