Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Bahamazanger
Bahamazanger | Setophaga flavescens
Bahama Warbler | Reinita de las Bahamas
De Bahamazanger is een grijs-gele zanger van het pijnbos op de noordelijke Bahama's. Lang gold hij als ondersoort van de geelkeelzanger Setophaga dominica, maar verschillen in verenkleed, snavel- en vleugelmaten en zang leidden tot erkenning als aparte soort. Na orkaan Dorian (2019) is de soort op Grand Bahama niet meer teruggevonden.
Geluid
De zang is een reeks luide, heldere, fluitende tonen met een klinkende klank, die van die van de geelkeelzanger verschilt in opbouw en toonhoogteverloop. De roep is een scherp tsjip.
Opname: Jesse Fagan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm, met een lange, dunne snavel en vrij lange poten. Voorhoofd en bovendelen zijn grijs. Teugel en oorstreek zijn zwart, en een witte wenkbrauwstreep loopt van de snavel tot achter het oog; daaronder ligt een witte vlek aan de halszijde. Keel en borst zijn geel en ook de buik is grotendeels geel, met zwarte strepen langs de flanken. De vleugel draagt twee witte vleugelstrepen, de buitenste staartpennen hebben witte vlekken. Vrouwtjes zijn doffer, met lichter geel op de onderdelen.
Verwarringssoorten
De geelkeelzanger Setophaga dominica, een wintergast in hetzelfde gebied, heeft een kortere snavel, een witte buik en geel dat tot keel en bovenborst beperkt blijft. De olijfkapzanger Setophaga pityophila van dezelfde pijnbossen is kleiner, met een olijfgele kruin en zonder zwart oorvlak. De dennenzanger Setophaga pinus is olijfgroen van boven, zonder zwart-wit kopmotief.
Leefgebied
Pijnbos van de Caribische den Pinus caribaea var. bahamensis met een vrij open kronendak en weinig houtige ondergroei. Zoekt insecten en andere kleine ongewervelden, deels door in de schors en tussen de naaldbundels te porren met de lange snavel.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op de noordelijke Bahama's: Great Abaco en Little Abaco, en Grand Bahama, waar na orkaan Dorian geen vogels meer zijn vastgesteld. Buiten deze eilanden komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het pijnbos op Abaco, in de vroege ochtend wanneer de mannetjes zingen. In hetzelfde bos leven de olijfkapzanger en de dennenzanger, en in de winter ook de geelkeelzanger; de lange snavel en de gele buik zijn dan de kenmerken om op te letten.
Staat van instandhouding
Bedreigd (EN). De wereldpopulatie wordt op 500–1200 volwassen vogels geschat en neemt af. Orkanen, vooral Dorian in 2019, bosbranden en de aantasting van het pijnbos zijn de belangrijkste bedreigingen.
Wetenschappelijke naam
Setophaga flavescens | (Todd, 1909)
Todd beschreef de soort in 1909 als Dendroica flavescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. flavescens is Latijn voor 'geelachtig', naar de gele onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Spencer's Point, Abaco, Bahama's.
