Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Bandstaartbuizerd

Bandstaartbuizerd | Buteo albonotatus

Zone-tailed Hawk | Gavilán colifajeado

De bandstaartbuizerd is een slanke, zwarte buizerd met lange vleugels, die in houding en vlucht sterk op de kalkoengier lijkt. Hij zweeft tussen of vlak bij gieren, met de vleugels in een V en licht wiebelend, en duikt dan plotseling op een prooi die een gier niet als gevaar ziet. Binnen het gebied komt hij alleen op Trinidad voor.

Bandstaartbuizerd (Buteo albonotatus)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Rond het nest een luide, klagende schreeuw die aan het eind in toonhoogte daalt, ongeveer krie-ieeeer, en bij verstoring een lager, langgerekt raaaau.

Luister: VluchtroepXC915546

Opname: Matt Wistrand — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

46–56 cm, met lange, smalle vleugels en een vrij lange staart. Volwassen vogels zijn geheel zwartachtig, met gele poten en een gele wasachtige snavelhuid en lichtgrijze teugels. In vlucht zijn de slagpennen van onderen zilvergrijs met fijne donkere bandering en een brede zwarte achterrand, waardoor de ondervleugel tweekleurig lijkt, net als bij de kalkoengier. De staart is zwart met drie of vier witte tot lichtgrijze banden; bij mannetjes is de onderste band het breedst, vrouwtjes hebben smallere banden. Jonge vogels zijn vergelijkbaar maar hebben kleine witte vlekjes op de borst en een staart met smalle grijze en zwarte banden en een brede donkere eindband.

Verwarrings­soorten

De kalkoengier Cathartes aura heeft een kale rode kop, geen staartbanden en een veel kleinere, bleke snavel. De zwarte buizerd Buteogallus anthracinus en de zwarte arendbuizerd Buteogallus urubitinga hebben brede vleugels, een korte staart met een brede witte band en lange poten. De kortstaartbuizerd Buteo brachyurus in donkere vorm is kleiner en compacter, met kortere vleugels en zonder het wiebelen van een gier.

Leefgebied

Beboste heuvels en bergen, vooral bos met open plekken, ravijnen en steile hellingen, en de overgang naar landbouwgebied. Op Trinidad vooral in de Northern Range. Jaagt vanuit zweefvlucht op hagedissen, vogels, kleine zoogdieren en kikkers, vaak laag langs een helling of boven de bosrand. Het nest ligt hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Een schaarse standvogel op Trinidad, vooral in de Northern Range en enkele beboste heuvels in het centrum en zuiden. Op Tobago niet als standvogel bekend. Buiten het gebied van het zuidwesten van de Verenigde Staten door Mexico en Midden-Amerika, en lokaal in Zuid-Amerika tot in Paraguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Elke ‘kalkoengier’ boven de Northern Range verdient een tweede blik, vooral tegen het middaguur, als de roofvogels op de thermiek opstijgen. De staartbanden, de gevederde kop en de gele snavelhuid maken het onderscheid; van ver valt een vogel op die ineens versnelt of een stootduik maakt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied, maar is overal schaars. Op Trinidad is de populatie klein, waardoor verlies van bos in de heuvels daar zwaar weegt.

Wetenschappelijke naam

Buteo albonotatus | Kaup, 1847

Kaup beschreef de soort in 1847 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. albonotatus is Latijn, van albus 'wit' en notatus 'getekend', naar de witte banden in de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).