Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Barbudazanger
Barbudazanger | Setophaga subita
Barbuda Warbler | Reinita de Barbuda
De Barbudazanger is een grijs-gele Amerikaanse zanger die alleen op Barbuda voorkomt, het vlakke, droge eiland ten noorden van Antigua. Lange tijd gold hij als ondersoort van Adelaides zanger Setophaga adelaidae van Puerto Rico, samen met de vogels van Saint Lucia; sinds de splitsing is hij de enige endemische vogelsoort van Barbuda.
Geluid
De zang is een snelle, heldere triller die in toonhoogte kan stijgen of dalen, vergelijkbaar met die van Adelaides zanger; hij is het hele jaar te horen. De roep is een kort tsjip.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
12–13,5 cm, met een fijne, spitse snavel. De bovendelen zijn egaal blauwgrijs, de keel en borst geel, de buik witachtig. Boven het oog loopt een korte gele wenkbrauwstreep en onder het oog een witte halvemaan, zodat een onderbroken lichte oogring ontstaat. De vleugel draagt twee witte vleugelstrepen en de buitenste staartpennen hebben witte vlekken. De seksen zijn vrijwel gelijk; vrouwtjes zijn wat doffer. Jonge vogels zijn grijzer, met weinig geel op de onderdelen.
Verwarringssoorten
De mangrovezanger Setophaga petechia, die ook op Barbuda broedt, is geheel geel met een olijfgele rug, zonder grijze bovendelen en witte vleugelstrepen. Van de wintergasten heeft de prairiezanger Setophaga discolor een olijfgroene rug, zwarte strepen op de gele flanken en een donkere wangstreep; de brilparulazanger Setophaga americana heeft een groene vlek op de mantel en een donkere of roestkleurige borstband, maar geen gele wenkbrauwstreep. Adelaides zanger en de Sint-Luciazanger Setophaga delicata lijken sterk op de Barbudazanger, maar komen alleen op hun eigen eilanden voor.
Leefgebied
Droog struweel en laag droog loofbos over vrijwel het hele eiland, vooral struweel in de buurt van lagunes en andere wetlands, en de randen van mangrove; ook in begroeiing rond Codrington. Zoekt in struiken en lage bomen naar insecten en spinnen, vaak tussen het blad van de buitenste takken. Bij tellingen na orkaan Irma waren Barbudazangers minder vaak te vinden op plekken waar ook de mangrovezanger zat, wat op concurrentie om voedsel kan wijzen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Barbuda (Antigua en Barbuda), over het grootste deel van het eiland. Buiten Barbuda komt de soort niet voor; van Antigua zijn geen populaties bekend.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Struweel langs de wegen rond Codrington en langs de randen van de Codrington-lagune, in de vroege ochtend wanneer de vogels zingen. De zang is het beste aanknopingspunt; de vogel zelf beweegt vaak laag in het struweel.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar, vanwege het kleine verspreidingsgebied en de kwetsbaarheid voor orkanen. Orkaan Irma verwoestte in september 2017 een groot deel van de begroeiing op Barbuda. Tellingen in een studiegebied van 9.000 ha gaven in oktober 2017 ongeveer 2.400 vogels en in maart 2019 ongeveer 3.600, wat op herstel wijst. Verdere bedreigingen zijn ongeplande bebouwing, het storten van afval en ander verlies van leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Setophaga subita | (Riley, 1904)
Riley beschreef de soort in 1904 als Dendroica subita; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. subita is Latijn, van subitus 'onverwacht, plotseling'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barbuda.



