Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Bermudastormvogel
Bermudastormvogel | Pterodroma cahow
Bermuda Petrel | Petrel de las Bermudas
De Bermudastormvogel, op Bermuda cahow genoemd, broedt uitsluitend op een paar kleine rotseilandjes van Bermuda, buiten het Caribisch gebied. De soort gold bijna drie eeuwen als uitgestorven, tot in 1951 achttien broedparen werden teruggevonden. Buiten de broedtijd foerageert ze in de noordwestelijke Atlantische Oceaan en rond de Azoren. Ze is in deze gids opgenomen omdat ze ten noorden van het gebied voorkomt en sterk op de zwartkapstormvogel lijkt.
Geluid
Op zee vrijwel stil. Op de broedeilanden 's nachts hoge, kraste roepen; het mannetje geeft in de balts een lange, hoge roep die eindigt in een scherp iek, het vrouwtje een lager, grommend of kreunend antwoord.
Opname: Robert L. Flood — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
35–38 cm. Middelgrote, slanke stormvogel met lange, in de pols geknikte vleugels en een korte, dikke, zwarte haaksnavel. Bovenzijde donker grijsbruin, vleugels en staart bijna zwart. De donkere kap loopt door over achterhals en halszijden tot op de borstzijden, wat een kapuchonachtig beeld geeft; voorhoofd en keel zijn wit. Op de bovenstaartdekveren een smalle, wisselend duidelijke lichte band. Onderdelen wit, met lange witte onderstaartdekveren. Ondervleugel wit met een brede donkere voorrand en een smallere donkere achterrand. Vliegt in hoge, zwaaiende bogen.
Verwarringssoorten
De zwartkapstormvogel Pterodroma hasitata lijkt sterk, maar is iets groter en heeft meestal een witte achterhals en een brede witte stuit; de donkere vorm heeft juist minder wit en ligt daardoor dicht bij de Bermudastormvogel. Voor een zekere determinatie zijn scherpe foto's van kop, stuit en ondervleugel nodig. Lichte Arminjon-stormvogels Pterodroma arminjoniana hebben een donkere borstband en een donkere stuit. De grote pijlstormvogel Ardenna gravis is groter, met een slanke snavel, een donkere buikvlek en een vlakkere vlucht.
Leefgebied
Open oceaan boven diep water, vooral boven de continentale helling en langs de randen van de Golfstroom; uit kustwateren zijn geen waarnemingen bekend. Broedt in holen op kleine rotseilandjes; de meeste paren gebruiken kunstmatige nestholen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
In de geraadpleegde bronnen zijn geen gedocumenteerde waarnemingen uit het Caribisch gebied gevonden; eventuele meldingen uit of nabij het gebied zijn onbevestigd. Er is geen verspreidingskaart: daarvoor is te weinig materiaal uit het gebied. De dichtstbijzijnde regelmatige waarnemingen komen uit de Golfstroom voor North Carolina, waar de soort sinds 1983 enkele tientallen keren is gezien. Met zenders gevolgde vogels foerageerden tot voor Nova Scotia, in de Golf van Saint Lawrence en bij de Grand Banks; buiten de broedtijd verblijft een groot deel rond de Azoren. In mei 2014 werd een vogel voor de westkust van Ierland gefotografeerd.
Hoe en wanneer kijken
Een waarneming in het gebied is hoogst onwaarschijnlijk. Bij elke zwartkapstormvogel met weinig wit op achterhals en stuit zijn scherpe foto's van boven- en onderzijde nodig; zonder documentatie wordt een melding niet aanvaard.
Staat van instandhouding
Bedreigd (Endangered). In 2019 broedden 132 paren en de wereldpopulatie telde rond 2015 ongeveer 300 vogels. Orkanen en zeespiegelstijging tasten de lage broedeilandjes aan. Verder spelen concurrentie om nestholen met witstaartkeerkringvogels, ratten en kunstlicht een rol. Kunstmatige nestholen hebben de aantallen langzaam laten groeien. In het Caribisch gebied zonder vaste aanwezigheid.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma cahow | (Nichols & Mowbray, 1916)
Nichols & Mowbray beschreef de soort in 1916 als Aestrelata cahow; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pterodroma is Grieks, van pteron 'vleugel' en dromos 'loop, hardloper', naar de snelle, zwierende vlucht. cahow is de oude Bermudaanse volksnaam van de vogel, een klanknabootsing van zijn spookachtige nachtelijke roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Castle Island, Bermuda.
