Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Scopoli's pijlstormvogel

Scopoli's pijlstormvogel | Calonectris diomedea

Scopoli's Shearwater | Pardela cenicienta mediterránea

Scopoli's pijlstormvogel broedt in de Middellandse Zee en werd lang als ondersoort van Kuhls pijlstormvogel Calonectris borealis beschouwd. Na de broedtijd trekt de soort naar de Atlantische Oceaan, waar een deel van de vogels in de zomer tot voor de oostkust van Noord-Amerika komt. Uit het Caribisch gebied zijn maar enkele gevallen bekend; omdat de twee soorten op zee sterk op elkaar lijken, is de werkelijke status onduidelijk.

Scopoli's pijlstormvogel (Calonectris diomedea)
Foto: 000izquierdoguillem — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee vrijwel stil. In de kolonie 's nachts luide, nasale, huilende roepen, bij het mannetje hoger en helderder dan bij het vrouwtje.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1133059

Opname: Pere Josa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45–52 cm. Grote, slanke pijlstormvogel met lange, licht geknikte vleugels en een rustige, zeilende vlucht met trage vleugelslagen. Bovendelen grijsbruin met lichtere randen aan de dekveren. Kop en halszijden grijsbruin, geleidelijk overgaand in de witte keel, zonder scherp afgetekende kap. Onderdelen en ondervleugel wit, met een smalle donkere achterrand en donkere vleugelpunt. De snavel is krachtig en geel, met een donkere band voor de punt. Tegenover Kuhls pijlstormvogel is de ondervleugel het beste kenmerk: bij Scopoli's loopt het wit als lange tongen ver in de handpennen door, tot in de buitenste handpen. De snavel is gemiddeld iets slanker en de vogel iets kleiner. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Kuhls pijlstormvogel Calonectris borealis, de meer te verwachten soort van het geslacht in de westelijke Atlantische Oceaan, is gemiddeld groter met een zwaardere snavel en heeft donkere handpennen aan de onderzijde, zonder lange witte tongen. De grote pijlstormvogel Ardenna gravis heeft een scherp afgetekende donkere kap, een witte halsband, een witte band op de stuit, een donkere snavel en een vuile vlek op de buik.

Leefgebied

Open zee, vaak boven diep water en op plaatsen waar scholen vis door roofvissen of dolfijnen naar de oppervlakte worden gedreven. Eet vis, inktvis en kreeftachtigen, die van het oppervlak worden gepikt of met korte duiken worden gevangen; volgt soms vissersschepen. Broedt in holen en rotsspleten op eilanden en kliffen in de Middellandse Zee.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied een zeer zeldzame dwaalgast op zee, met slechts enkele gedocumenteerde gevallen; van de meeste eilanden ontbreken waarnemingen. Oudere meldingen van Kuhls pijlstormvogel maakten geen onderscheid tussen de twee soorten. Buiten het gebied broedt de soort langs de kusten en op eilanden van de Middellandse Zee; ze overwintert in de Atlantische Oceaan, vooral voor West-Afrika en zuidelijk tot voor Namibië en Zuid-Afrika. In de noordelijke zomer wordt ze regelmatig voor de oostkust van de Verenigde Staten gezien.

Hoe en wanneer kijken

Een kans bestaat vrijwel alleen op pelagische tochten. Bij elke grote, bruingrijze pijlstormvogel met een gele snavel is een foto van de uitgespreide ondervleugel nodig, want alleen daarop is Scopoli's betrouwbaar van Kuhls pijlstormvogel te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In de broedkolonies spelen ingevoerde ratten en katten en verstoring een rol, op zee bijvangst in de visserij met beuglijnen. In het Caribisch gebied zonder vaste aanwezigheid.

Wetenschappelijke naam

Calonectris diomedea | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 als Procellaria diomedea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calonectris werd in 1915 ingevoerd door Mathews & Iredale. Calonectris verbindt het Oudgriekse kalos 'goed, edel' met de geslachtsnaam Nectris, die de Duitse natuuronderzoeker Heinrich Kuhl in 1820 voor pijlstormvogels gebruikte. diomedea verwijst naar de Griekse held Diomedes, wiens metgezellen na zijn dood in witte zeevogels werden veranderd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Tremiti-eilanden in Italië.