Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bicknells dwerglijster

Bicknells dwerglijster | Catharus bicknelli

Bicknell's Thrush | Zorzal de Bicknell

Bicknells dwerglijster is een van de weinige Noord-Amerikaanse zangvogels die vrijwel alleen in het Caribisch gebied overwinteren. Hij broedt in dwergbos van zilverspar op bergtoppen in het noordoosten van de Verenigde Staten en het zuidoosten van Canada; naar schatting 90% van de vogels overwintert op Hispaniola, vooral in de Dominicaanse Republiek. Tot 1995 gold hij als ondersoort van de grijswangdwerglijster.

Bicknells dwerglijster (Catharus bicknelli)
Foto: Ryan Mandelbaum — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter vooral een dalend, nasaal bieer of pjoe en een zacht tsjoek. Zingt zelden in het overwinteringsgebied. De zang in het broedgebied is een hoge, fluitende, spiralende reeks die aan het eind opklimt.

Luister: ZangXC1014541

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm, de kleinste Catharus-lijster van het gebied. Bovendelen grijsachtig olijfbruin, staart en handpennen iets warmer kastanjebruin getint. Wangen grijsachtig, oogring vaag grijs. De borst is lichtbruin getint met zwartachtige, driehoekige vlekken, de buik wit en de flanken grijs. De ondersnavel is aan de basis over een vrij groot deel geel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De grijswangdwerglijster Catharus minimus is iets groter en kouder grijsbruin, zonder warme tint in staart en vleugel, en heeft minder geel aan de ondersnavel; in het veld zijn de twee vaak niet met zekerheid te scheiden. Een overwinterende vogel in bergbos op de Grote Antillen is vrijwel altijd een Bicknells dwerglijster, omdat de grijswangdwerglijster in Zuid-Amerika overwintert. De dwerglijster Catharus ustulatus heeft een okerkleurige bril.

Leefgebied

In de winter in vochtig bergregenwoud en nevelwoud met breedbladige bomen, van ongeveer 400 m tot boven 2000 m, met een voorkeur voor hogere, ongestoorde bossen. Mannetjes houden zich vaker in oud bos op grotere hoogte op, vrouwtjes en jonge vogels vaker in lager gelegen of verstoord bos. Zoekt op en dicht bij de grond naar insecten en eet vruchten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Wintergast op Hispaniola: in de Dominicaanse Republiek in de Cordillera Central, de Sierra de Bahoruco, de Sierra de Neiba en de Cordillera Septentrional, in Haïti in het Massif de la Hotte en het Massif de la Selle. Kleinere aantallen in Puerto Rico (onder meer El Yunque en Maricao) en in de bergen van Oost-Cuba (Sierra Maestra en Nipe-Sagua-Baracoa); zeldzaam op Jamaica. Doortrekker op de Bahama's, waar hij zelden wordt vastgesteld. Broedt op bergen in New York, New England, Quebec en de Canadese Maritieme Provincies.

  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het beste in de vroege ochtend in nevelwoud in de Sierra de Bahoruco of de Cordillera Central in de Dominicaanse Republiek, waar de vogels op de grond langs paden foerageren. De roep is vaak het eerste teken. Determinatie berust in de winter vooral op de plaats en het leefgebied.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. De wereldpopulatie is klein en neemt af. Het grootste gevaar is ontbossing in het overwinteringsgebied op Hispaniola, vooral in Haïti; in het broedgebied spelen klimaatverandering en zure regen een rol.

Wetenschappelijke naam

Catharus bicknelli | (Ridgway, 1882)

Ridgway beschreef de soort in 1882 als Hylocichla aliciae bicknelli; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. bicknelli eert de Amerikaanse amateur-ornitholoog en botanicus Eugene Pintard Bicknell (1859–1925), die de vogel in 1881 in de Catskills ontdekte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Slide Mountain, Catskills, New York, VS.