Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Veery

Veery | Catharus fuscescens

Veery | Zorzalito rojizo

De veery is de roodbruinste en minst gevlekte van de Catharus-lijsters. Hij broedt in vochtig loofbos in Canada en het noorden van de Verenigde Staten en overwintert in het Amazonegebied en het zuidoosten van Brazilië. Op de trek naar het zuiden passeren vogels het westelijk Caribisch gebied, vooral Cuba; in het voorjaar wordt hij er veel minder gezien.

Veery (Catharus fuscescens)
Foto: William H. Majoros — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In het gebied meestal stil. De roep is een laag, dalend vie-ur, waaraan de soort haar naam ontleent; daarnaast een zacht woek. De nachtelijke vluchtroep is een hees, dalend vieer. De zang in het broedgebied is een reeks dalende, fluitende spiralen.

Luister: ZangXC1022273

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–19 cm, slank, met een korte snavel. Bovendelen egaal warm roodbruin tot kaneelbruin, ook kop en staart; vogels uit het westen van het broedgebied zijn doffer. De oogring is vaag grijswit. Keel en borst zijn lichtbruin getint met kleine, vage, roodbruine vlekken; de rest van de onderdelen is wit, met grijze flanken. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De dwerglijster Catharus ustulatus is olijfbruin, met een duidelijke okerkleurige bril en scherpere, donkere vlekken. De grijswangdwerglijster Catharus minimus en Bicknells dwerglijster Catharus bicknelli zijn grijsbruin met grijze wangen en zwartachtige vlekken. De heremietlijster Catharus guttatus heeft alleen een rossige staart, die afsteekt tegen een bruinere rug, en scherpe zwarte vlekken.

Leefgebied

Op de trek in vochtig en droog loofbos, kustbos en kalksteenbos met een dichte ondergroei, soms in tuinen en parken. Zoekt op en dicht bij de grond naar insecten en eet vruchten en bessen. Trekt 's nachts, vaak in lange etappes zonder te rusten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Schaarse doortrekker op Cuba, de Bahama's en de Kaaimaneilanden, vooral in september en oktober. Zeldzaam op Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico en de ABC-eilanden. Broedt in het zuiden van Canada en het noorden van de Verenigde Staten, in de Rocky Mountains en de Appalachen zuidwaarts, en overwintert in het zuiden van het Amazonebekken, het midden van Brazilië en het zuidoosten van Brazilië.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in september en begin oktober in het westen van Cuba en op Grand Cayman, na een koufront. Een lijster met warmbruine bovendelen en een nauwelijks gevlekte borst is een veery; dwerglijsters zijn olijfbruiner en duidelijker gevlekt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De populatie is groot, maar is in delen van het broedgebied sinds de jaren zestig afgenomen. Verlies van bos in het overwinteringsgebied in Brazilië speelt mogelijk een rol. In het Caribisch gebied schaars tot zeldzaam.

Wetenschappelijke naam

Catharus fuscescens | (Stephens, 1817)

Stephens beschreef de soort in 1817 als Turdus Fuscescens; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Catharus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'; de naam doelde op het gave verenkleed van de oranjesnavelnachtegaallijster. fuscescens is Latijn voor 'donkerachtig, schemerig', van fuscus 'donker', naar de roodbruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pennsylvania, VS.