Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Bisschopstangare

Bisschopstangare | Thraupis episcopus

Blue-grey Tanager | Tangara azuleja

De bisschopstangare is een van de algemeenste vogels van Trinidad en Tobago. Hij leeft in tuinen, langs wegen en in plantages, zit vaak open op draden en dakranden en komt graag op fruit af. Over het grote verspreidingsgebied worden ongeveer veertien ondersoorten onderscheiden, die vooral verschillen in de kleur van de schoudervlek.

Bisschopstangare (Thraupis episcopus)
Foto: Becky Matsubara from El Sobrante, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een piepend, wat krassend gekwetter, afgewisseld met roepen als tsieee en tsuup. Ook zittend op draden en daken wordt veel geroepen.

Luister: ZangXC1183076

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm, met een korte, stevige snavel. Kop en onderdelen zijn licht grijsblauw, de rug donkerder blauwgrijs. Vleugels en staart zijn blauwer, met helderblauwe randen aan de pennen. Op de schouder ligt een vlek in een afwijkende tint blauw, bij de ondersoort neosophilus van Trinidad violetblauw. De vogels van Tobago, ondersoort berlepschi, zijn op stuit en schouder donkerder en helderder blauw. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en grijziger.

Verwarrings­soorten

De palmtangare Thraupis palmarum heeft dezelfde bouw, maar is grijzig olijfgroen, met zwarte vleugelpunten die scherp afsteken tegen een lichter, geelgroen vleugelvlak. Het mannetje van de blauwe pitpit Dacnis cayana is kleiner, helder turkooisblauw met een zwarte rug en keelvlek. De turkooistangare Tangara mexicana is donkerblauw met een gele buik.

Leefgebied

Tuinen, parken, dorpen en steden, plantages, weiden met losse bomen, bosranden, secundair bos en kustbos; in gesloten bos zeldzamer dan in half open land. Eet vruchten, nectar en insecten, en bezoekt bloeiende bomen en voederplaatsen. Het nest is een diepe kom hoog in een boomvork, soms in een holte in een gebouw. Nesten worden soms door de glanskoevogel Molothrus bonariensis geparasiteerd.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago, op beide eilanden algemeen. Buiten het gebied van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika tot in Bolivia en het Amazonebekken van Brazilië. Ingevoerde populaties leven in Lima (Peru) en in Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel elke tuin met vruchtbomen en elke dorpsstraat op Trinidad en Tobago levert vogels op, ook in Port of Spain en Scarborough. Voederplaatsen met fruit trekken ze in aantal aan; daar zijn de verschillen met de palmtangare te vergelijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en tuinen en is algemener in secundair bos en cultuurland dan in ongerept bos.

Wetenschappelijke naam

Thraupis episcopus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tanagra Episcopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thraupis werd in 1826 ingevoerd door Boie. Thraupis is het oud-Griekse woord voor een niet nader bekend klein vogeltje dat Aristoteles noemt. episcopus is Latijn voor 'bisschop', een naam die teruggaat op Buffons 'L'Évêque', naar de blauwe kleur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië (waarschijnlijk Cayenne, Frans-Guyana).