Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Bisschopstangare
Bisschopstangare | Thraupis episcopus
Blue-grey Tanager | Tangara azuleja
De bisschopstangare is een van de algemeenste vogels van Trinidad en Tobago. Hij leeft in tuinen, langs wegen en in plantages, zit vaak open op draden en dakranden en komt graag op fruit af. Over het grote verspreidingsgebied worden ongeveer veertien ondersoorten onderscheiden, die vooral verschillen in de kleur van de schoudervlek.
Geluid
De zang is een piepend, wat krassend gekwetter, afgewisseld met roepen als tsieee en tsuup. Ook zittend op draden en daken wordt veel geroepen.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–18 cm, met een korte, stevige snavel. Kop en onderdelen zijn licht grijsblauw, de rug donkerder blauwgrijs. Vleugels en staart zijn blauwer, met helderblauwe randen aan de pennen. Op de schouder ligt een vlek in een afwijkende tint blauw, bij de ondersoort neosophilus van Trinidad violetblauw. De vogels van Tobago, ondersoort berlepschi, zijn op stuit en schouder donkerder en helderder blauw. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en grijziger.
Verwarringssoorten
De palmtangare Thraupis palmarum heeft dezelfde bouw, maar is grijzig olijfgroen, met zwarte vleugelpunten die scherp afsteken tegen een lichter, geelgroen vleugelvlak. Het mannetje van de blauwe pitpit Dacnis cayana is kleiner, helder turkooisblauw met een zwarte rug en keelvlek. De turkooistangare Tangara mexicana is donkerblauw met een gele buik.
Leefgebied
Tuinen, parken, dorpen en steden, plantages, weiden met losse bomen, bosranden, secundair bos en kustbos; in gesloten bos zeldzamer dan in half open land. Eet vruchten, nectar en insecten, en bezoekt bloeiende bomen en voederplaatsen. Het nest is een diepe kom hoog in een boomvork, soms in een holte in een gebouw. Nesten worden soms door de glanskoevogel Molothrus bonariensis geparasiteerd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Trinidad en Tobago, op beide eilanden algemeen. Buiten het gebied van het zuiden van Mexico door Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika tot in Bolivia en het Amazonebekken van Brazilië. Ingevoerde populaties leven in Lima (Peru) en in Florida.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vrijwel elke tuin met vruchtbomen en elke dorpsstraat op Trinidad en Tobago levert vogels op, ook in Port of Spain en Scarborough. Voederplaatsen met fruit trekken ze in aantal aan; daar zijn de verschillen met de palmtangare te vergelijken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en tuinen en is algemener in secundair bos en cultuurland dan in ongerept bos.
Wetenschappelijke naam
Thraupis episcopus | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tanagra Episcopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thraupis werd in 1826 ingevoerd door Boie. Thraupis is het oud-Griekse woord voor een niet nader bekend klein vogeltje dat Aristoteles noemt. episcopus is Latijn voor 'bisschop', een naam die teruggaat op Buffons 'L'Évêque', naar de blauwe kleur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Brazilië (waarschijnlijk Cayenne, Frans-Guyana).






