Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Okerkaptangare

Okerkaptangare | Tangara gyrola

Bay-headed Tanager | Tangara cabecibaya

De okerkaptangare is een kleine, groene tangare met een roodbruine kop, die in paren of kleine groepjes door het bladerdak trekt, vaak samen met andere tangaren en suikervogels. Het verenkleed verschilt sterk tussen de ondersoorten; de vogels van Trinidad zijn op het lichaam geheel groen.

Okerkaptangare (Tangara gyrola)
Foto: Julian Londono from Manizales, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een trage reeks dunne sie-tonen, gevolgd door twee kortere, hogere tonen. Roepen zijn hoge, scherpe tsip-tonen.

Luister: RoepXC1179341

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met een korte, spitse snavel. De kop is egaal kastanje- tot roodbruin, gescheiden van de rug door een smalle goudgele nekband die niet altijd opvalt. Het lichaam is helder grasgroen, ook op de onderdelen; bij de ondersoort viridissima van Trinidad ontbreekt het blauw op de buik dat andere ondersoorten tonen. Vleugels en staart zijn zwartachtig met brede groene randen, de vleugeldekveren met een gouden glans. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een groene kop met roodbruine vlekjes.

Verwarrings­soorten

De spikkeltangare Ixothraupis guttata is ook groen, maar heeft een geel gezicht en zwarte vlekken op rug en onderdelen. Het vrouwtje van de groene suikervogel Chlorophanes spiza is egaal grasgroen zonder bruine kop en heeft een licht gebogen snavel met gele ondersnavel. Jonge okerkaptangaren met weinig bruin op de kop zijn aan de gedrongen bouw en de korte, zwarte snavel te herkennen.

Leefgebied

Vochtig bos, bosranden, oud secundair bos en beschaduwde cacaoplantages, op Trinidad vooral in de heuvels en bergen van de Northern Range, minder in het laagland. Eet vooral vruchten, die het in zijn geheel doorslikt, en zoekt insecten aan de onderkant van takken. Het nest is een kom in een boom; het vrouwtje broedt de eieren uit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar de soort vrij algemeen is in bosrijk gebied; op Tobago ontbreekt ze. De ondersoort viridissima leeft verder in het noordoosten van Venezuela. Andere ondersoorten komen voor van Costa Rica door het noorden van Zuid-Amerika tot in Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Gemengde groepen tangaren en suikervogels bij vruchtdragende bomen langs bergwegen in de Northern Range, zoals de weg naar Blanchisseuse en de Arima-vallei, en bij voederplaatsen met fruit, bieden de beste kansen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort komt in een groot gebied voor en verdraagt secundair bos en plantages met schaduwbomen.

Wetenschappelijke naam

Tangara gyrola | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla Gyrola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tangara werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Tangara is een Tupi-naam uit Brazilië, vaak uitgelegd als 'danser', voor een bonte vogel. gyrola is een verkleinwoord van Latijn gyrus 'ring, kring', mogelijk naar de goudgele halsband van sommige vormen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname.