Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Turkooistangare

Turkooistangare | Tangara mexicana

Turquoise Tanager | Tangara turquesa

De turkooistangare is een kleine, gedrongen tangare die vrijwel altijd in luidruchtige groepjes van vier tot tien vogels rondtrekt. De groepen schuiven door de kronen van vruchtdragende bomen en zijn vaak eerder te horen dan te zien. Ondanks de wetenschappelijke naam komt de soort niet in Mexico voor.

Turkooistangare (Tangara mexicana)
Foto: Danbrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Groepen laten een snel, piepend gekwetter horen, een reeks korte tik-tik-tik-tik-tonen, en hoge, dunne contactroepjes.

Luister: ZangXC1139540

Opname: Odirlei Vieira da Fonseca — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met een vrij korte, donkere, spitse snavel. Voorhoofd en gezicht zijn zwart, kruin, keel en borst diep kobaltblauw, op de borstzijden en flanken met zwarte vlekken. De rug is zwart, de stuit blauw; op de schouder ligt een lichtere, turkooisblauwe vlek. Vleugels en staart zijn zwart met blauwe randen. De buik en onderstaartdekveren zijn helder geel. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en grijziger. De ondersoort van Trinidad, vieilloti, is op kop en borst donkerder blauw en van onder feller geel dan de vogels op het vasteland.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de zwaluwtangare Tersina viridis is lichter turkooisblauw met een wit middendeel van de buik en gebandeerde flanken, en heeft een brede, platte snavel. Het mannetje van de blauwe pitpit Dacnis cayana is kleiner en slanker, turkooisblauw met een zwarte keelvlek en rug, en heeft geen gele buik. Mannetjes van de violette organist Euphonia violacea zijn van boven donker blauwzwart en van onder geel, maar hebben een geel voorhoofd en een kortere staart.

Leefgebied

Randen van vochtig bos, secundair bos, open plekken met hoge bomen, cacao- en koffieplantages, tuinen en parken met vruchtbomen, van het laagland tot in de lagere hellingen van de heuvels. Eet vooral vruchten, ook van Cecropia, en zoekt daarnaast insecten op takjes en bladeren. Het nest is een kom in een boom of struik.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar de soort vrij algemeen is; op Tobago ontbreekt ze. Losse meldingen van Martinique en Sint-Vincent zijn niet bevestigd. Buiten het gebied in het noorden en midden van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela door het Amazonebekken tot in Bolivia en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Fruitbomen en voederplaatsen met vruchten in bosrijke tuinen en lodges in de Northern Range, zoals in de Arima-vallei, trekken regelmatig groepjes. Het gekwetter verraadt een naderende groep; de vogels blijven daarna vaak een tijd in dezelfde boom.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een wijdverbreide soort die ook in secundair bos, plantages en tuinen leeft.

Wetenschappelijke naam

Tangara mexicana | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tanagra mexicana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tangara werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Tangara is een Tupi-naam uit Brazilië, vaak uitgelegd als 'danser', voor een bonte vogel. mexicana betekent 'van Mexico', een vergissing: de soort komt daar niet voor en de typelocatie is Cayenne. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.