Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Maskerkardinaal

Maskerkardinaal | Paroaria nigrogenis

Masked Cardinal | Cardenal enmascarado

De maskerkardinaal is geen echte kardinaal maar een tangare, verwant aan de saffraangorzen en dikbekjes. Hij leeft bij water, in mangrove en zoetwatermoerassen, en zoekt zijn voedsel vaak laag boven het water of aan de oever. Vroeger gold hij als ondersoort van de roodkapkardinaal Paroaria gularis; omdat de twee in het zuiden van Venezuela naast elkaar voorkomen zonder te kruisen, worden ze nu als aparte soorten behandeld.

Maskerkardinaal (Paroaria nigrogenis)
Foto: Paroaria_gularis_nigrogenis_2.jpg: Cristóbal Alvarado Minic from Cagua, Venezuela derivative work: Berichard (talk) — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roepen zijn korte, scherpe tsjip-tonen. De zang bestaat uit heldere, gefloten frasen van twee of drie tonen die een aantal keren worden herhaald.

Luister: ZangXC465722

Opname: Rosendo Manuel Fraga — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm, met een korte, stevige snavel waarvan de bovensnavel zwart en de ondersnavel witachtig of vleeskleurig is. Kop, keel en bovenborst zijn helderrood; een zwart masker loopt van de teugel over het oog naar de oorstreek. Bovendelen, vleugels en staart zijn glanzend zwart, de onderdelen vanaf de borst wit. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een bruinige of dof oranjebruine kop zonder scherp masker en bruinere bovendelen.

Verwarrings­soorten

In het gebied nauwelijks te verwarren. Het mannetje van de zwartkopsoldatenspreeuw Leistes militaris heeft een rode keel en borst, maar een zwarte kop en een zwartbruine, geschubde rug, en leeft in open grasland. Jonge maskerkardinalen met een bruinige kop zijn aan het zwart-witte lichaam en het leefgebied bij water te herkennen.

Leefgebied

Mangrove, oevers van moerassen en vijvers, overgroeide sloten en rijstvelden, vrijwel altijd dicht bij water. Leeft in paren of familiegroepjes, die over de grond, over takken boven het water en over drijvende planten lopen en zaden, vruchten en insecten zoeken. Het nest is een kom van fijne plantenstengels in een struik of boompje, vaak boven of vlak bij water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het Caribisch gebied alleen op Trinidad, waar de soort plaatselijk voorkomt in de mangrove en zoetwatermoerassen, vooral aan de westkant van het eiland, zoals rond het Caroni-moeras. Op Tobago ontbreekt ze. Twee meldingen uit Jamaica gaan vermoedelijk over ontsnapte kooivogels. Buiten het gebied in het noorden van Venezuela en het uiterste noordoosten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te zoeken langs de randen van mangrove en moerassen aan de westkust van Trinidad, waar de vogels vaak open op een tak boven het water of op de oever zitten. In de vroege ochtend en aan het eind van de middag zijn ze het actiefst.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is vrij klein, maar de soort is daarbinnen plaatselijk algemeen. Op Trinidad hangt ze af van mangrove en moerassen, die op sommige plaatsen worden ingepolderd of bebouwd. De soort wordt ook als kooivogel gehouden.

Wetenschappelijke naam

Paroaria nigrogenis | (de Lafresnaye, 1846)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1846 als Nemosia nigro-genis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Paroaria werd in 1832 ingevoerd door Bonaparte. Paroaria komt van paroára, een naam voor een klein geel, rood en grijs vogeltje in het uitgestorven Tupi. nigrogenis is Latijn, van niger 'zwart' en gena 'wang', naar het zwarte masker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit monding van de Orinoco, Venezuela.