Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Blauwkinsaffierkolibrie

Blauwkinsaffierkolibrie | Chlorestes notata

Blue-chinned Sapphire | Zafiro barbiazul

De blauwkinsaffierkolibrie is een kleine, overwegend groene kolibrie van bossen in het noorden van Zuid-Amerika, die in het Caribisch gebied als standvogel op Trinidad voorkomt. De soort wordt minder vaak opgemerkt dan veel andere kolibries van het eiland en houdt zich vaak hoog in bloeiende bomen op. Hij werd vroeger vaak in het geslacht Chlorostilbon geplaatst.

Blauwkinsaffierkolibrie (Chlorestes notata)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoge, metaalachtige reeks ssoe-ssoe-ssoe.

Luister: ZangXC1034676

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

8,5–9 cm, met een vrij rechte snavel waarvan de bovensnavel zwart en de ondersnavel roodachtig is. Het mannetje is overwegend groen, van boven donkerder, met een blauwe kin en bovenkeel, witte dijen en een gevorkte, metaalblauwe staart. Het vrouwtje is groen van boven en wit van onder met groene vlekken, en heeft eveneens een blauwe staart.

Verwarrings­soorten

De blauwstaartsmaragdkolibrie Chlorostilbon mellisugus is kleiner en heeft een geheel zwarte snavel; het mannetje mist de blauwe kin. De koperrugamazilia Saucerottia tobaci heeft een zwarte snavel, een koperkleurige stuit en roodbruine onderstaartdekveren. De witborstamazilia Chrysuronia brevirostris lijkt op het vrouwtje, maar heeft een zwartachtige snavel en een bronsgroene, niet blauwe staart. Bij alle kleden is de roodachtige ondersnavel het belangrijkste kenmerk.

Leefgebied

Vochtig bos, bosranden en secundair bos, en cultuurland met grote bomen, zoals cacaoplantages met schaduwbomen. Zoekt nectar vaak in de kroon van bloeiende bomen, maar komt ook laag aan bloeiende struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad. Op Tobago alleen enkele waarnemingen. Daarbuiten van Colombia en Venezuela door de Guyana's tot Peru en Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad in de bossen en aan bosranden van de Northern Range en het laagland, vooral bij bloeiende bomen. Vogels die hoog in een kroon voedsel zoeken zijn vaak alleen bij goed licht aan de roodachtige ondersnavel en de blauwe staart te herkennen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en is plaatselijk algemeen.

Wetenschappelijke naam

Chlorestes notata | (Reich, 1793)

Reich beschreef de soort in 1793 als Trochilus notatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorestes werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Chlorestes is Grieks, van khlōros 'groen' en esthēs 'kleding': 'in het groen gekleed'. notata is Latijn voor 'getekend, gevlekt', van notare 'merken'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.