Alle soorten › Uilen › Kerkuilen › Amerikaanse kerkuil

Amerikaanse kerkuil | Tyto furcata

American Barn Owl | Lechuza de campanario

De Amerikaanse kerkuil is de kerkuil van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, die tegenwoordig meestal als aparte soort naast de Europese kerkuil Tyto alba wordt gezien. In het Caribisch gebied leeft hij op de Grote Antillen, de Bahama's, de Kaaimaneilanden, de ABC-eilanden en Trinidad en Tobago. Hij jaagt strikt 's nachts, laag zwevend boven open terrein, en vindt zijn prooi vooral op het gehoor.

Amerikaanse kerkuil (Tyto furcata)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langgerekte, hese en rauwe schreeuw, ongeveer sjrrrieeh, vaak in vlucht. Bij het nest en bij verstoring blazen en sissen; jongen bedelen met een aanhoudend snurkend geluid. Bij gevaar ook snavelklappen.

Luister: DuetXC1034696

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

32–40 cm, met een groot, hartvormig wit gezichtsmasker, donkere ogen en lange, gevederde poten. De bovendelen zijn goudgeel met grijze waas en fijne zwarte en witte stippels; de onderdelen variëren van wit tot lichtgeelbruin met kleine donkere vlekjes. In vlucht lijkt de vogel van onderen bijna geheel wit, met lange, ronde vleugels en een korte staart. Vrouwtjes zijn gemiddeld groter en op de borst vaak warmer getint en sterker gevlekt dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

Op Hispaniola leeft ook de Hispaniolakerkuil Tyto glaucops, die een grijs gezichtsmasker met een roodbruine rand heeft en van onderen donkerder geelbruin en sterker gebandeerd is. De velduil Asio flammeus jaagt eveneens boven open terrein, maar heeft gele ogen in een donkere omlijsting, korte oorpluimen en een gestreepte borst, en vliegt vaker overdag.

Leefgebied

Open en halfopen land: savanne, weiland, suikerrietvelden en andere akkers, ruigte en droog bos met open plekken, ook dorpen en steden. Overdag rust hij in grotten, rotsspleten, holle bomen, palmen, kerktorens, schuren en verlaten gebouwen, waar hij ook broedt. Het voedsel bestaat vooral uit ratten en muizen, op eilanden aangevuld met vleermuizen, vogels, hagedissen en kikkers.

Verspreiding en trek

Standvogel op Cuba (met Isla de la Juventud), Jamaica, de Bahama's, de Kaaimaneilanden (vooral Cayman Brac en Little Cayman, op Grand Cayman zeldzaam), Hispaniola, Curaçao en Bonaire, Trinidad en Tobago. Op Hispaniola is de soort pas in de loop van de twintigste eeuw algemeen geworden. De kerkuilen van de Kleine Antillen worden tegenwoordig tot de Hispaniolakerkuil gerekend. Buiten het gebied van Canada tot Vuurland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste in de schemering bij oude gebouwen, kerken, grotten en suikerrietvelden, of 's nachts langs landwegen met open veld, waar de witte onderkant in het licht van een lamp of koplampen opvalt. Braakballen en witte uitwerpselen onder een rustplek verraden een bezette nis.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Ontbossing en uitbreiding van landbouw scheppen voor deze soort eerder nieuw jachtgebied. Verkeersslachtoffers, rattengif en het verdwijnen van broedplaatsen in oude gebouwen vormen plaatselijk risico's.

Wetenschappelijke naam

Tyto furcata | (Temminck, 1827)

Temminck beschreef de soort in 1827 als Strix furcata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tyto werd in 1828 ingevoerd door Billberg. Tyto komt van het Oudgriekse tutō 'uil'. furcata is Latijn voor 'gevorkt', van furca 'vork'; waarop Temminck precies doelde, is niet duidelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.