Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Bonte strandloper
Bonte strandloper | Calidris alpina
Dunlin | Correlimos común
De bonte strandloper is in Europa een van de talrijkste steltlopers, maar in het Caribisch gebied ligt de zuidrand van zijn overwinteringsgebied. De vogels die hier komen, behoren tot de Noord-Amerikaanse ondersoort hudsonia, die broedt aan de Hudsonbaai en vooral langs de Atlantische en Golfkust van de Verenigde Staten overwintert. Op de Bahama's en Cuba is hij plaatselijk vrij algemeen, op de meeste andere eilanden zeldzaam. Hij arriveert laat in het najaar.
Geluid
Een rauw, gerekt krrie of trrieh, vaak bij het opvliegen; groepen geven een zacht gekwetter.
Opname: Arjun Dutta — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–20 cm, gedrongen, met een vrij korte hals, zwarte poten en een lange zwarte snavel die aan de punt duidelijk naar beneden buigt. In winterkleed egaal bruingrijs op de bovendelen, kop en borst, met een vage lichte wenkbrauwstreep en een witte buik; de grijze borst is vrij scherp afgezet. In broedkleed, in het voorjaar soms al deels aanwezig, roestrood op de rug en met een grote zwarte buikvlek. In vlucht een witte vleugelstreep en een witte stuit met een donkere middenstreep.
Verwarringssoorten
De krombekstrandloper Calidris ferruginea is slanker en hoger op de poten, met een gelijkmatig gebogen snavel en een geheel witte stuit. De alaskastrandloper Calidris mauri is kleiner, met een kortere snavel en een lichtere borst. De drieteenstrandloper Calidris alba is witter, met een kortere, rechte snavel en een zwarte vleugelboeg.
Leefgebied
Getijdenvlakten, modderbanken en slikkige randen van zoutpannen en lagunes, soms zandstranden. Foerageert in groepen, lopend en snel prikkend met de snavel diep in het slik.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Wintergast, het talrijkst op de Bahama's en Cuba en in kleiner aantal op de Turks- en Caicoseilanden, de Kaaimaneilanden, Jamaica en Puerto Rico. Op Hispaniola, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen (onder meer Guadeloupe, Martinique, Barbados en Sint Kitts) en de ABC-eilanden een zeldzame of onregelmatige gast; van Trinidad en Tobago en San Andrés nauwelijks gemeld. Buiten het gebied broedt de soort rond de Noordpool en overwintert ze in Noord-Amerika, Europa, Noord-Afrika en Azië, vooral op het noordelijk halfrond.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Wadplaten en zoutpannen op de Bahama's en de noordkust van Cuba in de winter, tussen groepen grijze strandlopers en kanoeten. Op de gebogen snavelpunt en de egaal grijze borst letten; buiten Cuba en de Bahama's is elke bonte strandloper een vermelding waard.
Staat van instandhouding
Wereldwijd gevoelig (Near Threatened), vanwege afnemende aantallen. In het gebied is de soort afhankelijk van ongestoorde wadplaten en zoutpannen.
Wetenschappelijke naam
Calidris alpina | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa alpina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. alpina is Latijn voor 'van de hoge bergen'; het slaat hier op de toendra in het algemeen, niet op de Alpen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lapland.


