Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Brilstern

Brilstern | Onychoprion anaethetus

Bridled Tern | Charrán embridado

De brilstern is een slanke zeestern met een donkere kap, een grijsbruine rug en een witte wenkbrauwstreep. Hij broedt in kleine, losse kolonies op rotsige eilandjes en cays verspreid over het gebied. Op zee rust hij graag op drijvend sargassum, wrakhout en boeien, wat hem onderscheidt van de bonte stern, die vrijwel nooit op het water of op drijvende voorwerpen gaat zitten.

Brilstern (Onychoprion anaethetus)
Foto: Aviceda — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een blaffend, keffend wep-wep en een opklimmend, jankend wup-wieeuw, vooral op de kolonie; op zee meestal stil.

Luister: RoepXC1069484

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

35–38 cm, met lange, smalle vleugels en een diep gevorkte staart met lange witte buitenste staartpennen. De kap is zwart, het smalle witte voorhoofd loopt als wenkbrauwstreep tot achter het oog, en een zwarte teugelstreep loopt naar de snavel. Een lichte band over de achterhals scheidt de kap van de grijsbruine rug en vleugels. Onderdelen wit; de ondervleugel is overwegend wit met donkere toppen aan de handpennen. Snavel en poten zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben lichte randen aan de bovendelen, een gestreepte kruin en witte onderdelen.

Verwarrings­soorten

De bonte stern Onychoprion fuscatus is groter, met een zwarte rug zonder contrast met de kap, geen witte nekband, een bredere witte voorhoofdsvlek die niet achter het oog doorloopt en een donkerdere ondervleugel; jonge bonte sterns zijn grotendeels donker. De grote stern Thalasseus sandvicensis en de visdief Sterna hirundo zijn van boven lichtgrijs.

Leefgebied

Open zee en kustwater, vaak boven riffen en langs drijvende sargassumbanken. Broedt op rotsige eilandjes, kliffen en koraalcays, verspreid of in losse kolonies; het ene ei ligt beschut in een rotsspleet, onder een overhang of onder lage begroeiing.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Broedt verspreid in het hele gebied, onder meer op de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, cays rond Cuba, Hispaniola en Puerto Rico, de Maagdeneilanden, vele kleine eilanden van de Kleine Antillen tot de Grenadines, bij Aruba, Bonaire en Curaçao en voor Tobago. Op de grote eilanden zelf vooral voor de kust te zien. Buiten het gebied in de tropische Atlantische Oceaan tot West-Afrika, in de Rode Zee, de Indische Oceaan en de westelijke Grote Oceaan.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de broedtijd is de soort te zien vanaf boten langs rotsige eilandjes, waar de vogels vaak dicht langs komen of op rotsen zitten. Op zee is het zoeken naar sterns op drijvend sargassum en wrakhout de moeite waard.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie is groot. Door de verspreide nesten in rotsspleten is de soort minder kwetsbaar voor het rapen van eieren dan de bonte stern, maar ingevoerde ratten en katten en verstoring op broedeilanden vormen plaatselijk een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Onychoprion anaethetus | (Scopoli, 1786)

Scopoli beschreef de soort in 1786 als Sterna Anaethetus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Onychoprion komt van het Griekse onyx 'nagel, klauw' en prion 'zaag'. anaethetus gaat terug op het Griekse anaisthētos en betekent 'gevoelloos, onnozel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panay op de Filipijnen.