Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Bruinborstzwaluw

Bruinborstzwaluw | Progne tapera

Brown-chested Martin | Golondrina parda

De bruinborstzwaluw is een grote, bruine zwaluw van Zuid-Amerika, die in het Caribisch gebied alleen als zeldzame gast verschijnt. Het gaat vermoedelijk vooral om vogels van de zuidelijke vorm Progne tapera fusca, die na het broeden in het zuiden van Zuid-Amerika in de zuidelijke winter naar het noorden van het continent trekt. Hij lijkt op een uitvergrote oeverzwaluw, maar is in bouw en vlucht een purperzwaluw.

Bruinborstzwaluw (Progne tapera)
Foto: Frank Thomas Sautter — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, zoemend dzjeut en een meer melodieus doe-riet. De zang is een reeks vloeiende, rollende, dalende trillers met gorgelende tonen.

Luister: ZangXC1163764

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm, met brede vleugels en een licht gevorkte staart. De bovendelen zijn grijsbruin tot zandbruin, zonder glans; vleugels en staart zijn iets donkerder. Keel en onderdelen zijn wit, met een bruine borstband. Bij de zuidelijke vorm is de borstband scherper begrensd en loopt een rij donkere vlekjes van het midden van de borst naar de buik. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een minder gevorkte staart en een grijsbruine zweem aan de zijkant van de keel.

Verwarrings­soorten

De oeverzwaluw Riparia riparia heeft eveneens een bruine borstband, maar is veel kleiner, met smallere vleugels en een snellere, fladderende vlucht. De Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw Stelgidopteryx ruficollis is kleiner, mist de borstband en heeft een okerkleurige keel. Vrouwtjes en jonge vogels van de grijsborstpurperzwaluw Progne chalybea en de Caribische purperzwaluw Progne dominicensis hebben een donkerder bovenzijde en een diffuus grijsbruine borst zonder afgezette band en zonder witte keel.

Leefgebied

Open land met verspreide bomen, savanne, weilanden en open water, vaak bij rivieren en meren. Jaagt op vliegende insecten, vaak in groepen. Broedt in Zuid-Amerika alleen of in losse kolonies in holten in oevers, termietennesten, bomen en bouwwerken; het legsel telt meestal vier eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Een zeldzame gast of dwaalgast op Aruba, met minder meldingen van Curaçao, Bonaire en San Andrés, vooral tijdens de zuidelijke winter. Losse meldingen van Barbados en Guadeloupe gelden als dwaalgast. Buiten het gebied in Panama en in heel Zuid-Amerika behalve Chili; de zuidelijke vogels trekken in de zuidelijke winter in groepen naar het noorden van het continent.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Aruba en Curaçao is het tijdens de zuidelijke winter de moeite waard groepen zwaluwen boven open terrein en bij plassen te bekijken. Een grote, bruine zwaluw met een witte keel en een duidelijke borstband is vrijwel zeker deze soort; de grootte valt het beste op naast andere zwaluwen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een algemene en wijdverbreide soort in Zuid-Amerika; in het Caribisch gebied gaat het om enkele vogels per jaar of minder.

Wetenschappelijke naam

Progne tapera | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Hirundo Tapera; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Progne werd in 1826 ingevoerd door Boie. Progne (ook Procne) is de dochter van koning Pandion van Athene uit de Griekse mythe, die in een zwaluw werd veranderd; in het Latijn ook een woord voor 'zwaluw'. tapera komt van de Tupí-naam Taperá, 'die bij huizen leeft', voor een soort zwaluw, via Marcgrave (1648). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Amerika (later beperkt tot Pernambuco, Brazilië).