Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Cacaolijster

Cacaolijster | Turdus fumigatus

Cocoa Thrush | Zorzal cacao

De cacaolijster is een effen roodbruine lijster van bos en beschaduwde plantages, genoemd naar zijn voorkeur voor cacaoaanplant. In het Caribisch gebied leeft hij op Trinidad en op Grenada en Saint Vincent, die elk een eigen ondersoort hebben; op Tobago ontbreekt hij. Op Trinidad is hij op sommige plaatsen aan mensen gewend en komt hij op voerplaatsen.

Cacaolijster (Turdus fumigatus)
Foto: Mike & Chris — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, welluidende zang van talrijke, aaneengeregen frasen, sneller en hoger dan die van de naaktooglijster. Roepen zijn een ruw bak, in de vlucht een tsjok, een ratelend tsjat-sjat-sjat bij onraad en een hard kik-ik-ik-ik als alarm.

Luister: ZangXC1092933

Opname: Jelle Scharringa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–24 cm. Kop, bovendelen, vleugels en staart zijn warm vosbruin. De keel is lichtbruin tot witachtig met donkere strepen, borst en flanken zijn licht oranjebruin, de buik tot de onderstaart witachtig met bruine veerpunten. Iris donker, snavel en poten bruingrijs; er is geen contrasterende oogring. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben lichte streepjes boven, oranjeachtige vlekken op de vleugeldekveren en donkerbruine vlekken onder.

Verwarrings­soorten

De naaktooglijster Turdus nudigenis is grijzer olijfbruin, met een brede kale gele oogring en een gele snavel. Het vrouwtje van de geelpootlijster Turdus flavipes heeft een gelige oogring en gele poten. De witneklijster Turdus albicollis heeft een witte halve kraag onder de gestreepte keel, een grijze borst en een oranje oogring.

Leefgebied

Het binnenste, open plekken en randen van vochtig bos, galerijbos en bos bij beken, en beschaduwde cacao- en koffieplantages; op Trinidad ook parken en tuinen grenzend aan bos. Op Trinidad vooral beneden 1000 m. Foerageert op de grond en in lage vegetatie op ongewervelden en klimt in vruchtdragende bomen. Het nest is een kom van plantenmateriaal en modder met mos aan de buitenkant, tot 5 m hoog. Op Trinidad wordt bijna het hele jaar gebroed, met een piek in mei en juni.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Trinidad algemeen in bosgebieden, vooral in de Northern Range; ontbreekt op Tobago. Daarnaast op Grenada en Saint Vincent, in bergbos. Buiten het gebied in Venezuela, Colombia, de Guyana's en Amazonisch Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bossen van de Northern Range op Trinidad, waar de vogels bij lodges en voerplaatsen vaak dichtbij komen. Op Saint Vincent en Grenada in het bergbos, het beste vroeg in de ochtend als de zang klinkt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en gebruikt ook plantages en tuinen. De kleine eilandpopulaties op Grenada en Saint Vincent zijn afhankelijk van het resterende bos.

Wetenschappelijke naam

Turdus fumigatus | Lichtenstein, 1823

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. fumigatus is Latijn voor 'berookt', naar het egaal rookbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rio Espírito Santo, Brazilië.