Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Naaktooglijster
Naaktooglijster | Turdus nudigenis
Spectacled Thrush | Zorzal caripelado
De naaktooglijster is een grijsbruine lijster met een brede, kale gele ring rond het oog, die hem een starende blik geeft. Het is een vogel van halfopen landschap, plantages, tuinen en dorpen, op Trinidad en Tobago algemeen en daar bekend als big-eye grieve. In de Kleine Antillen heeft hij zich in de twintigste eeuw naar het noorden uitgebreid.
Geluid
Een welluidende, kwetterende zang, trager en lager dan die van de cacaolijster. De bekendste roep is een katachtig, miauwend kwie-oow; bij onrust een kereel.
Opname: Denis Dujardin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–24 cm. De bovendelen zijn effen olijfbruin tot grijsbruin, de onderdelen lichter grijsbruin. De keel is vuilwit met bruine strepen, de buik en onderstaart witachtig. Kenmerkend is de brede, kale, geel tot oranjegele oogring; de snavel is geel tot olijfgeel, de poten zijn grijs. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn boven lichtgevlekt en onder donker gevlekt, met een smallere oogring.
Verwarringssoorten
De cacaolijster Turdus fumigatus is warmer roodbruin, zonder kale oogring en met een donkere snavel. De witneklijster Turdus albicollis heeft een witte halve kraag onder de gestreepte keel, een smalle oogring en leeft in het bosbinnenste. Op Saint Lucia, Dominica en Guadeloupe is de antillenlijster Turdus lherminieri geschubd van onder, met gele poten en een gele iris. De tropische spotlijster Mimus gilvus is grijs en wit, met een lange staart en geen gele oogring.
Leefgebied
Open bos, bosranden en open plekken, droog en vochtig secundair bos, kustbos, plantages, fruittuinen, weilanden met bomen, parken, tuinen en dorpen. Foerageert op gazons en open grond op wormen en insecten en eet veel vruchten. Het nest is een stevige, beklede kom van twijgen, laag in een boom; het vrouwtje broedt alleen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Algemeen op Trinidad en Tobago, Grenada, de Grenadines, Saint Vincent, Saint Lucia en Martinique, waar de soort zich rond 1951 vestigde. Verder naar het noorden recent op Dominica en Guadeloupe, waar de uitbreiding nog gaande is. Buiten het gebied in het noorden en oosten van Colombia, Venezuela, de Guyana's en het noorden van Brazilië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In tuinen, parken en hotelterreinen op Trinidad, Tobago en de Windward Islands is de soort vaak zonder zoeken te zien, op gazons of in vruchtbomen. Op de noordelijkere eilanden is het de moeite waard nieuwe waarnemingen te melden, omdat de uitbreiding nog gevolgd wordt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort profiteert van door de mens veranderd landschap en breidt haar areaal in de Kleine Antillen uit.
Wetenschappelijke naam
Turdus nudigenis | de Lafresnaye, 1848
De Lafresnaye beschreef de soort in 1848 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. nudigenis is Latijn, van nudus 'naakt' en gena 'wang', naar de kale gele huid rond het oog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela.






