Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Chileense kievit

Chileense kievit | Vanellus chilensis

Southern Lapwing | Avefría tero

De Chileense kievit is een grote, luidruchtige kievit van open grasland, die zich in de tweede helft van de twintigste eeuw vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland over de zuidelijke Caraïben heeft verbreid. Op Trinidad en Tobago en de ABC-eilanden is hij nu een vertrouwde vogel van weilanden, sportvelden en vliegvelden. De vogels in het gebied behoren tot de noordelijke ondersoort Vanellus chilensis cayennensis.

Chileense kievit (Vanellus chilensis)
Foto: Murray Foubister — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zeer luidruchtig. Een hard, schel en herhaald kiek-kiek-kiek, bij verstoring en rond het nest aanhoudend en vaak in de vlucht. Paren en groepen roepen ook 's nachts.

Luister: ZangXC1163742

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–38 cm. Een forse kievit met lange roze poten en een dunne, spitse zwarte kuif op het achterhoofd. Kop en hals zijn grijs, met een zwart voorhoofd en een zwarte keel die doorloopt in een brede zwarte borstplaat; de buik is wit. De rug is grijsbruin, met een bronsgroen glanzende vlek op de schouders. Het oog en de basis van de snavel zijn rood, de snavelpunt is zwart. Aan de vleugelboeg zit een scherpe rode spoor, die bij een staande vogel soms zichtbaar is. In de vlucht vallen de brede ronde vleugels op: zwarte slagpennen met een brede witte band over de vleugeldekveren, een witte stuit en een zwarte staartband. Jonge vogels zijn doffer, met een kortere kuif en lichte veerranden.

Verwarrings­soorten

In het gebied lijken weinig soorten erop. De cayennekievit Hoploxypterus cayanus, een zeldzame dwaalgast, is veel kleiner en zwart-wit getekend, zonder kuif. De killdeerplevier Charadrius vociferus is veel kleiner en bruin, met twee smalle borstbanden.

Leefgebied

Kort grasland: weilanden, savanne, sportvelden, golfbanen, parken, de grasstroken van vliegvelden en wegbermen; ook de drogere randen van moerassen en rijstvelden. Foerageert lopend op insecten en andere ongewervelden. Broedt op de grond in een kaal kuiltje in open terrein en verdedigt nest en jongen fel tegen mensen, honden en roofvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Algemene standvogel op Trinidad, waar de soort in 1961 voor het eerst werd vastgesteld, en op Tobago, waar ze sinds 1974 bekend is. In de afgelopen decennia heeft ze zich gevestigd op Aruba, Curaçao en Bonaire, waar ze nu algemeen is. Op Grenada en Sint-Vincent wordt ze tegenwoordig ook waargenomen; op Barbados broedde in 2007 een paar. Verder noordelijk een zeldzame dwaalgast. Buiten het gebied in vrijwel heel Zuid-Amerika tot Vuurland, en in uitbreiding door Midden-Amerika naar het noorden.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Trinidad en de ABC-eilanden te zien op grasvelden, sportvelden en bij vliegvelden, vaak in paren of kleine groepen. De vogels laten zich meestal eerst horen. Broedende paren vallen bij nadering luid roepend aan; afstand houden voorkomt dat eieren of jongen onbewaakt blijven.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort profiteert van ontbossing en de aanleg van grasland en heeft haar areaal in het Caribisch gebied en Midden-Amerika sterk uitgebreid. Of de vestiging op Grenada, Sint-Vincent en Barbados blijvend is, staat nog niet vast.

Wetenschappelijke naam

Vanellus chilensis | (Molina, 1782)

Molina beschreef de soort in 1782 als Parra Chilensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vanellus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Vanellus is Latijn voor 'kleine wan', een verkleinvorm van vannus 'wan'. chilensis betekent 'uit Chili', het land waaruit de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chili.