Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Cocoireiger
Cocoireiger | Ardea cocoi
Cocoi Heron | Garza cuca
De cocoireiger is de grote reiger van Zuid-Amerika, de tegenhanger van de Amerikaanse blauwe reiger en de blauwe reiger. In het gebied is hij een geregelde, maar schaarse gast op Trinidad en Tobago, waar vogels van het nabije vasteland van Venezuela en de Guyana's opduiken zonder er te broeden.
Geluid
Meestal stil. Bij verstoring een diep, schor gekras.
Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
95–130 cm, een grote, slanke reiger met een lange hals en een zware, dolkvormige gele snavel. Volwassen vogels hebben een geheel zwarte kruin met een korte kuif, een witte kop en een witte hals met een rij zwarte strepen langs de voorkant. Rug en vleugeldekveren zijn lichtgrijs, de slagpennen zwart. Borst en midden van de buik zijn wit, flanken en zijkanten van de buik zwart, de dijen wit. De iris en de snavel zijn geel, de poten donker. Jonge vogels zijn doffer en grijzer, met een grijsachtige hals, minder zwart op kruin en buik en zonder sierveren. In de vlucht vallen de witte hals en het zwart van de buikzijden op.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse blauwe reiger Ardea herodias, in de noordelijke winter ook op Trinidad en Tobago, heeft een grijze tot grijsbruine hals, een witte kruin met alleen een zwarte zijstreep, roodbruine dijen en een overwegend grijze buik. De blauwe reiger Ardea cinerea, een zeldzame dwaalgast, heeft eveneens een witte kruin met zwarte zijstreep en is kleiner. De grote zilverreiger Ardea alba is geheel wit.
Leefgebied
In het gebied vooral mangrove, getijdenslik en open zoetwatermoerassen en overstroomde savanne op Trinidad; ook rivieroevers. Jaagt alleen, staand of langzaam schrijdend in ondiep water, op vis, krabben en andere waterdieren. In Zuid-Amerika broedt de soort in kolonies in bomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Trinidad, onder meer in het Caroni-moeras en het Nariva-moeras; in recente jaren ook geregeld op Tobago. Elders in het gebied niet vastgesteld. Buiten het gebied in vrijwel heel Zuid-Amerika ten oosten van de Andes, van Panama tot het zuiden van Argentinië en Chili.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De moerassen van de westkust en de oostkust van Trinidad zijn de meest kansrijke plekken, bijvoorbeeld tijdens een boottocht door het Caroni-moeras. Een grote grijze reiger op Trinidad of Tobago verdient een controle van kruin, hals en buikzijden om cocoireiger en Amerikaanse blauwe reiger te onderscheiden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied in Zuid-Amerika. Op Trinidad en Tobago is ze afhankelijk van de bescherming van de grote kustwetlands.
Wetenschappelijke naam
Ardea cocoi | Linnaeus, 1766
Linnaeus beschreef de soort in 1766 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. cocoi gaat terug op een inheemse naam uit Cayenne, Cocoi of Cuca, voor deze reiger; de precieze herkomst is niet zeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.




