Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Cubaanse kraai

Cubaanse kraai | Corvus nasicus

Cuban Crow | Cao montero

De Cubaanse kraai is een forse bos- en cultuurlandkraai van Cuba, het Isla de la Juventud en de Caicoseilanden. Hij leeft in luidruchtige paren en groepjes, vaak dicht bij boerderijen en dorpen, en maakt geluiden die eerder aan een papegaai dan aan een kraai doen denken. Op Cuba leeft daarnaast de veel zeldzamere Cubaanse palmkraai, die volgens genetisch onderzoek uit een andere lijn stamt en het eiland afzonderlijk heeft bereikt.

Cubaanse kraai (Corvus nasicus)
Foto: Joao Quental — CC BY 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een gevarieerd repertoire van vloeiende, borrelende tonen, hoge, klinkende roepen en een dun, krassend, in toonhoogte stijgend geluid, in allerlei combinaties. Groepen zijn rumoerig en de roepen dragen ver.

Luister: ZangXC993967

Opname: FREDERIC Lionel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

40–42 cm, gedrongen en grootkoppig, met een lange, diepe snavel die naar de punt licht gebogen is. Geheel zwart, bij goed licht met een blauwpaarse glans. Achter het oog en aan de basis van de ondersnavel ligt een plekje kale, donkergrijze huid. De neusveren buigen naar voren en omhoog, zodat de neusgaten vaak zichtbaar zijn. De mondhoek reikt tot ongeveer onder het midden van het oog; de iris is roodbruin. Snavel en poten zwart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer.

Verwarrings­soorten

De Cubaanse palmkraai Corvus minutus is kleiner, met een kortere snavel, een mondhoek die vóór het oog ophoudt, een recht afgesneden staart en een kraaiachtige, nasale roep; hij loopt over de grond, waar de Cubaanse kraai vaker hupt. De Cubaanse zwarte troepiaal Ptiloxena atroviolacea en de Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger zijn ook glanzend zwart, maar veel kleiner en slanker, met een dunne snavel en, bij de troepiaal, een gele iris en een gekielde staart.

Leefgebied

Bos, bosranden, palmsavanne en open cultuurland met verspreide bomen, ook rond boerderijen en dorpen; daarnaast moerasranden. Zoekt in bomen en op de grond naar vruchten, zaden, insecten, kleine reptielen en eieren. Het nest wordt hoog in een boom of in de kruin van een palm gebouwd.

Verspreiding en trek

Cuba, het Isla de la Juventud en enkele cayos, verspreid over het hele eiland, maar plaatselijk schaars door vervolging. Daarnaast op de Caicoseilanden, vooral Noord- en Midden-Caicos. Buiten dit gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba te vinden in het cultuurland en de bosranden van het schiereiland Zapata en in de omgeving van de Sierra del Rosario, vaak eerst aan de roep te herkennen. Op de Caicoseilanden in het bos- en boerenland van Noord- en Midden-Caicos. Een kraai met papegaaiachtige roepen en een lange snavel is op Cuba vrijwel altijd deze soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Cuba algemeen tot plaatselijk talrijk. Op de Caicoseilanden is de populatie klein en kwetsbaar door ontwikkeling van het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Corvus nasicus | Temminck, 1826

Temminck beschreef de soort in 1826 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. nasicus is Latijn voor 'grootneuzig' (van nasus 'neus'), vermoedelijk naar de forse snavel en de opvallend vrijliggende neusgaten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cuba.